Begroeting
Goedendag, zeer geachte heer professor dokter …,
ik wil u nu patiënte Monika Zenker voorstellen.
Ze is 35 jaar oud, 169 cm lang en weegt ongeveer 64 kg. De Bodymassindex (BMI) bedraagt 22,4 (normaalbereik).
Huidige anamnese
De patiënte wordt vanwege buikpijn op de spoedeisende hulp gepresenteerd. De pijn bestaat sinds ongeveer 7 uur, begon aanvankelijk periumbicaal en diffuus en is inmiddels naar de rechter onderbuik gemigreerd. Het pijnkarakter wordt als stekend en toenemend beschreven.
De patiënte gaf aan de pijn momenteel met ongeveer 7 te beoordelen.
Daarnaast bestaan misselijkheid, een eenmalige waterige defecatie, drukpijn in de rechter onderbuik evenals sinds gisteravond een algemeen ziekgevoel.
De patiënte gaf aan een axillair gemeten lichaamstemperatuur van 37,7 °C te hebben.
De volgende klinische tekenen zouden niet zijn vastgesteld:
Aanduidingen voor een hypovolemie, braken, hematemesis, melena, hematochezie, tenesmen, anamnestiche aanwijzingen voor het gebruik van mogelijk besmette voedingsmiddelen evenals gelijke klachten bij bekenden, nieuw opgetreden gynaecologische of urologische klachten, infecties van de bovenste luchtwegen de laatste tijd.
De patiënte heeft de laatste tijd geen reizen gemaakt en verscheen in begeleiding van haar echtgenoot.
De vegetatieve anamnese
De vegetatieve anamnese is op een sinds gisteren bestaande eetlustvermindering na onopvallend.
Voorgeschiedenis
Als voorgeschiedenis zijn bij haar de volgende bekend:
De patiënte lijdt al langere tijd aan gastro-oesofageale reflux, met name met pyrosis.
Na de tweede bevalling zeven jaar geleden bestond een stressincontinentie, die met bekkenbodemoefeningen behandeld werd. Momenteel rapporteert de patiënte geen klachten.
Sinds ongeveer tien jaar bestaat een hypothyreoïdie, meer specifiek een Hashimoto-thyreoïditis.
Op twaalfjarige leeftijd vond een tonsillectomie plaats vanwege recidiverende tonsillitiden met persistente keelpijn.
Eerdere operaties
Een jaar geleden vond een cholecystectomie plaats wegens cholelithiasis. Daarvoor bestonden hevige pijnklachten in de rechter bovenbuik. De ingreep werd laparoscopisch en zonder complicaties uitgevoerd.
Drie jaar geleden bestond in de 7e zwangerschapsweek een extra-uteriene graviditeit in de rechter tuba uterina. Vanwege hevige pijn en bloedingen vond een open operatie plaats met salpingectomie aan de rechterkant.
Opmerking: Als een bewering door een medische onderzoek objectief bevestigd kan worden – bijvoorbeeld door zichtbare littekens – is de indicatief gepast. (Bij het vaktaalexamen vindt geen lichamelijk onderzoek plaats.)
Gynaecologie
Sinds een jaar gebruikt de patiënte regelmatig de orale anticonceptiepil Jaz. De laatste menstruatie vond ongeveer tweeënhalf week geleden plaats.
Zeven en negen jaar geleden vonden twee spontane geboortes plaats.
Ongeveer zes maanden geleden werd de patiënte preventief een mammografie aanbevolen. Het onderzoek was onopvallend.
Medicatie
Momenteel gebruikt de patiënte de volgende medicijnen:
Euthyrox® 50 µg eenmaal daags
valeriaan-dragees bij stress, naar behoefte
Jaz® (orale anticonceptie), regelmatig
Pantoprazol 20 mg 1
Opmerking: Als een bewering door een medische observatie objectief bevestigd kan worden – bijvoorbeeld aan de hand van een recept – is de indicatief gepast.
Allergieën
De patiënte geeft de volgende allergieën of intoleranties aan:
Er bestaat een bekende huisstofmijtallergie. Anamnestisch trad vroeger frequent niezen en jeukende exanthemen op. In het kader van een hyposensibilisatie verbeterden de symptomen aanzienlijk; momenteel toont zich slechts af en toe milde niesbuien.
Noxen
De patiënte rookt sinds 15 jaar ongeveer 15 sigaretten per dag, overeenkomend met ca. 11–12 packyears.
De patiënte gebruikt alcohol slechts af en toe, bijvoorbeeld op feestjes in de vorm van een glas bier.
De patiënte geeft aan nooit drugs te hebben gebruikt.
Sociaal Anamnese
De patiënte is huisvrouw, woont samen met haar gezin en heeft twee gezonde kinderen.
Familieanamnese
De vader is 65 jaar oud en gezond. De moeder heeft een jaar geleden een Apoplex met rechtszijdige hemiparese doorgemaakt. Sindsdien bestaat een rechtszijdige hemiparese, waardoor de vader de verzorging op zich neemt.
Ze heeft een hond.
Verdacht- en differentiaaldiagnose
Naar mijn mening wijzen de anamnesegegevens, met name de verplaatsing van de pijn van de periumbilicale regio naar de rechter onderbuik, het meest op een appendicitis.
Differentiaaldiagnostisch moet ook aan een mesenteriale lymfadenitis worden gedacht. Deze begint vaak met pijn in de bovenbuik of rechter onderbuik en lokaliseert zich in de loop van de tijd wel naar de rechterkant, maar niet zo precies als bij een appendicitis.
Bij een hernia verwachten we obstructieve symptomen zoals koliekachtige pijn en het klinische beeld van een zwelling, bijvoorbeeld in de liesregio of de onderbuik.
Een Meckel-diverticulitis vormt een belangrijke differentiaaldiagnose van appendicitis, omdat het een zeer vergelijkbaar klinisch beeld kan veroorzaken. Een zekere differentiatie is klinisch vaak niet mogelijk en gebeurt meestal beeldvormend of intraoperatief. Aanduidingen voor een Meckel-divertikel kunnen met name gastro-intestinale bloedingen zijn, die ongebruikelijk zijn bij een appendicitis.
Door het gebruik van orale anticonceptiva is een extra-uteriene zwangerschap minder waarschijnlijk. Desalniettemin is een bepaling van β-hCG noodzakelijk. Ter uitsluiting van andere differentiaaldiagnosen zoals een ovariumcyste of ovariumcysten-torsie moet een echografie worden uitgevoerd.
Er zijn geen aanwijzingen voor een urineweginfectie of een nefrolithiase.
Ziekte van Crohn, colitis ulcerosa en een ileitis terminalis komen differentiaaldiagnostisch in aanmerking, maar zijn in dit geval minder waarschijnlijk, omdat typisch een chronisch beloop met recidiverende klachten, diarree (bij colitis ulcerosa vaak met bloed), gewichtsverlies en systemische symptomen verwacht zou worden, wat hier niet het geval is.
Een mesenteriale ischemie is in dit geval onwaarschijnlijk, omdat deze typisch gepaard gaat met plotseling optredende, zeer sterke pijn (‘pain out of proportion’), vaak bij oudere patiënten met cardiovasculaire risicofactoren, terwijl hier een langzaam, migrerend pijnverloop bij een jonge patiënte aanwezig is.
Een sigmadiverticulitis komt differentiaaldiagnostisch in aanmerking, is in dit geval echter vanwege de rechtszijdige pijnlokalisatie, de jonge leeftijd van de patiënte en het typische pijnverloop met aanvankelijk periumbilicale en vervolgens naar de rechter onderbuik migrerende pijn eerder onwaarschijnlijk.
Diagnostische uitwerking
Vanwege het acute abdomen moet de patiënte opgenomen worden, er geldt een nuchterheidsbeleid en verplicht moet een chirurgisch consult worden gestart.
lichamelijk onderzoek
Na de anamnese volgt een uitgebreid lichamelijk onderzoek, dat begint met het vaststellen van de vitale parameters, waaronder hartfrequentie, bloeddruk, ademfrequentie, zuurstofsaturatie en temperatuur.
De inspectie is meestal onopvallend.
Bij palpatie toont zich een drukpijn op het McBurney-punt. Als er een peritonitis is, vinden we daarnaast ook een afweer en loslaatsymptomen.
Percussie geeft doorgaans geen bijzonderheden.
Bij auscultatie worden normaal gesproken normoactieve darmgeluiden gehoord. Bij een obstructie treden aanvankelijk hoogstaande, klingelende geluiden op; in het verdere verloop kunnen de darmgeluiden volledig uitblijven. Vaak is er bijkomend tachycardie aantoonbaar.
Begin niet op het McBurney-punt – dus altijd weg van de pijn beginnen!
Het McBurney-punt, dat zich op een derde van de afstand tussen de spina iliaca anterior superior en de navel bevindt, is bij patiënten met anatomisch normaal gelegen appendix vaak het punt van maximale drukpijn.
Het Lanz-punt ligt op de verbindingslijn tussen beide spinae iliacae anteriores superiores in het rechter derde deel; een daar opwekkende drukpijn spreekt voor een appendicitis en vertegenwoordigt een alternatieve ligging van de appendix.
Er zijn verschillende klinische tekenen die aanwijzingen kunnen geven over de ligging van de appendix:
• Rovsing-teken: pijn in de rechter onderbuik na druk op de linker onderbuik (normale ligging).
• Dunphy-teken: pijn bij hoesten (retrocoecale ligging).
• Obturator-teken: pijn bij endorotatie van de heup (bekken-appendix).
• Iliopsoas-teken: pijn bij heffen/flexie van de heup (retrocoecale ligging).
De digitale rectale onderzoek kan bij verdenking van appendicitis worden uitgevoerd, vooral bij onduidelijke symptomatiek of verdenking op een pelviene ligging van de appendix, maar is niet verplicht.
Het Blumberg-teken wordt getest door dat de onderzoeker langzaam druk op de buikwand uitoefent en deze vervolgens plots loslaat; ontstaan daarbij pijn bij het loslaten – ook contralateraal – dan wijst dit op een peritonitis.
De Douglas-pijn wordt tijdens het rectale onderzoek door palpatie van de Douglas-ruimte getest; een daardoor opwekkende pijn wijst op een diep gelegen of pelviene prikkeling, zoals die bij een appendicitis kan voorkomen.
Het Sherren-driehoek beschrijft een denkbeeldige driehoek tussen rechter spina iliaca anterior superior, navel en symfyse; drukpijn in dit gebied wijst op meerdere typische appendicitis-drukpunten.
Anatomische diagnose
Laboratoriumonderzoek
Hiervoor zouden we de volgende laboratoriumonderzoeken aanvragen: klein bloedbeeld, nierfunctieparameters, leverwaarden (ALT, AST, GGT, AP, bilirubine), C-reatief proteïne , β-hCG, TSH en vrij T4, een urinanalyse, elektrolyten, stolling (INR, PTT), bloedgroep en kruismatching.
elektrocardiogram
Een elektrocardiogram wordt doorgaans preoperatief uitgevoerd voor cardiologische beoordeling en operatieve vrijgave.
Beeldvormende procedures
Abdomensonografie (eerste keus)
Echografie is een beeldvormende methode die met behulp van hoogfrequente geluidsgolven inwendige structuren afbeeldt. Ze vindt plaats zonder stralingsbelasting, vereist doorgaans geen speciale voorbereiding en duurt slechts enkele minuten. De patiënt ligt daarbij op de onderzoekstafel, er wordt gel aangebracht en de transducer wordt over de huid bewogen. Bij verdenking op appendicitis kunnen typische bevindingen worden waargenomen, waaronder een verdikte, niet comprimeerbare appendix met een diameter > 6 mm, een wandverdikking, een kokarde-structuur (doelschijf) in dwarsdoorsnede, afwezige peristaltiek en een verhoogde echogeniciteit van het omgevende vetweefsel. Daarnaast kunnen vrije vloeistof of een appendicoliet aantoonbaar zijn.
De echografie heeft een sensitiviteit van 85% en een specificiteit van 90%. Ze is goedkoper en gemakkelijker beschikbaar dan CT en veroorzaakt geen stralingsbelasting. Echter is ze onderzoekerafhankelijk en bij obese patiënten of bij atypische ligging van de appendix slechts beperkt informatief.
Computertomografie (CT)
De CT met contrastmiddel heeft bij acute appendicitis een sensitiviteit en specificiteit van meer dan 95%.
Computertomografie is een beeldvormende methode die met röntgenstralen gedetailleerde dwarsdoorsneden van de inwendige organen maakt. De patiënt wordt in een buisvormige scanner geschoven en moet tijdens het onderzoek stil liggen. Soms wordt contrastmiddel toegediend om een nauwkeurigere weergave mogelijk te maken. Het onderzoek is pijnloos en duurt slechts enkele minuten. Voor een onderzoek met contrast is het belangrijk voldoende te drinken. Bepaalde medicijnen zoals metformine moeten daarvoor gepauzeerd worden. In zeldzame gevallen kan er een allergische reactie op het contrastmiddel optreden (maar geen zorgen: we zijn hierop voorbereid en hebben alle noodzakelijke medicijnen en maatregelen ter plaatse).
CT-kenmerken die wijzen op een appendicitis zijn een verwijd lumen met dubbele wandstructuur (> 6 mm), een wandverdikking (> 2 mm), periappendiculair vetstranding, een verdikking van de appendixwand en de aanwezigheid van een appendicoliet.
Consulten
Chirurgie
Behandeling:
De voorkeursaanpak voor de behandeling van patiënten met een gecompliceerde appendicitis is de appendectomie.
Vaak gebeurt dit als een spoedingreep.
De laparoscopische appendectomie leidt tot een kortere ziekenhuisopname, een snellere terugkeer naar het dagelijks leven en lagere percentages oppervlakkige wondinfecties, met name bij obese patiënten.
Het plaatsen van een transurethrale katheter (Foley-katheter) is optioneel, maar niet verplicht voor een appendectomie.
Preoperatief moeten antibiotica minimaal 30 tot 60 minuten voor de huidincisie worden toegediend. Bij ongecompliceerde appendicitis zijn hiervoor cefoxitine of cefazoline in combinatie met metronidazol beschikbaar. Bij β-lactamallergie kan clindamycine in combinatie met een fluorchinolon worden gegeven.
Patiënten die een laparoscopische appendectomie ondergaan, worden in rugligging gepositioneerd, waarbij de linkerarm voor betere toegankelijkheid naast het lichaam wordt gefixeerd.
Een laparotomie wordt doorgaans alleen uitgevoerd bij gecompliceerde verlopen zoals diffuse peritonitis, perforatie van de appendix met uitgebreide intra-abdominale contaminatie of grote abcessen of uitgesproken flegmone, evenals bij intraoperatieve conversie wegens onvoldoende overzicht of technische problemen.
Complicaties:
Een geperforeerde of gangraenachtige appendicitis evenals een appendicitis met abces- of phlegmonenvorming worden als gecompliceerde verloopvormen beschouwd. Deze uiten zich typisch door hoge koorts, sterk verhoogde ontstekingswaarden, verdedingsspanning, een voelbare resistentie in het abdomen en tekenen van sepsis. Postoperatief kunnen met name wondinfecties en intra-abdominaal abcessen als complicaties optreden.
|
Aanvullende kennis |
|
• De appendix is een echt divertikel van het caecum, omdat hij alle histologische lagen van de dikke darm bevat. De gemiddelde lengte bedraagt 6–9 cm. Meestal ligt hij intraperitoneaal en retrocaecaal, maar hij kan ook pelvisch (ongeveer een derde van de gevallen) of retroperitoneaal (bij bijna 10 %) gelokaliseerd zijn. • Een appendicitis komt bij ongeveer 10% van de bevolking voor, het meest tussen 10 en 30 jaar. De gemiddelde ziekteduurleeftijd is 22 jaar. De verhouding mannen tot vrouwen is tot halverwege de 20 ongeveer 3:2 en trekt na het 30e levensjaar gelijk. • Het is belangrijk een nauwkeurige anamnese te nemen van de patiënte of de patiënt en – in het geval van pediatrische patiënten – van de familieleden. • Een regionale ontsteking kan zich ook manifesteren met ileus, diarree, dunne darmobstructie en hematurie. Daarnaast is een gerichte opname van negatieve anamnesticusgegevens (inclusief de menstruatieanamnese) vereist om andere oorzaken van abdominale pijn uit te sluiten. |
Pathofysiologie
De appendicitis ontstaat meestal door vernauwing of obstructie van het lumen van de appendix, bijvoorbeeld door een faecolith, lymphatische hyperplasie of minder vaak door vreemde voorwerpen of tumoren.
Als gevolg van de obstructie treedt secretestau en drukverhoging op in het lumen van de appendix. Dit leidt tot verminderde doorbloeding van de wand, waardoor het slijmvlies beschadigd raakt.
Vervolgens treedt bacteriële overgroei op, die een ontstekingsreactie uitlokt. In het verdere verloop kan de ontsteking de gehele wand betreffen, wat kan leiden tot ischemie, necrose en uiteindelijk perforatie.
Appendixcarcinoom
Het appendixcarcinoom is een zeldzame maligniteit van het wormvormig aanhangsel. In veel gevallen gaat het om een postoperatieve toevallige vondst na een appendectomie, omdat de aandoening vaak asymptomatisch verloopt of pas na meerdere medische onderzoeken wordt gediagnosticeerd.
Het meest voorkomende histologische type is de neuro-endocriene tumor, die eerder bij jongere patiënten voorkomt. Daarentegen treft het adenocarcinoom van de appendix typisch oudere patiënten.
Daarnaast bestaan er mucineuze neoplasieën van de appendix, waarbij een bijzonder risico bestaat voor de ontwikkeling van pseudomyxoma peritonei.
Extra
Namen:
Mevrouw Becker, Martina Walser
Beroepen:
Kauffrau
Voorgeschiedenis:
Arteriële hypertensie sinds 10 jaar – Enalapril 5 mg
Vragen
1. Wat heb ik?
Dat kan ik u nu nog niet met zekerheid zeggen. Daarvoor hebben we verdere onderzoeken nodig. Uw tot nu toe beschreven klachten wijzen echter op een mogelijke appendixontsteking. Daarom adviseer ik dringend opname in het ziekenhuis.
2. Moet ik echt geopereerd worden?
Als de diagnose wordt bevestigd, raden wij de operatie aan, omdat zeer waarschijnlijk sprake is van een blindedarmontsteking. Zonder ingreep kan de ontsteking verergeren en in het ergste geval tot een doorbraak leiden.
3. Hoe verloopt de operatie?
We verwijderen de ontstoken blindedarm meestal minimaal invasief, dus via laparoscopie. Daarbij maken we kleine incisies in de buikwand. In zeldzame gevallen moet er open worden geopereerd.
4. Welke risico’s zijn er?
Zoals bij elke operatie bestaan er risico’s zoals bloedingen, infecties of beschadiging van naburige organen. Deze complicaties komen echter zelden voor. Over het algemeen is de appendectomie een routine-ingreep.
5. Hoe lang blijf ik in het ziekenhuis?
Meestal blijft u na de operatie twee tot vijf dagen opgenomen, afhankelijk van het verloop. Daarna kunt u geleidelijk aan uw dagelijkse activiteiten hervatten.
6. Welke onderzoeken doet u nu bij mij? (Pyelonefritis)
Ik zal uw buik palperen en speciaal de nierloge controleren. Daarbij kan er drukpijn in de flank of een klop(pijn) boven de nier optreden, wat typisch is voor een nierbekkenontsteking. Daarnaast meet ik de temperatuur en controleer hart en longen.
7. Kunt u alstublieft uitleggen wat met de term “adhesie” wordt bedoeld?
Adhesies zijn banden van littekenweefsel die zich kunnen vormen na een operatie of een ontsteking. Ze laten delen in het lichaam aan elkaar kleven die normaal niet aan elkaar zouden moeten plakken, zoals verschillende organen of weefsel in de buik. Deze verklevingen kunnen problemen veroorzaken zoals pijn, bewegingsbeperking of zelfs obstructies in organen, bijvoorbeeld in de darm.
8. Noem twee intraperitoneale en twee extraperitoneale organen.
Intraperitoneaal: maag, milt
Extraperitoneaal: nieren, rectum (onderste deel)
9. Hoe ontstaan galstenen, wat bevordert hun ontstaan en waaruit bestaan ze?
Galstenen ontstaan door een onevenwicht in de samenstelling van gal, bijvoorbeeld bij oververzadiging met cholesterol of bilirubine en bij stoornissen in de lediging van de galblaas. Risicofactoren zijn onder andere vetrijk dieet, overgewicht, vrouwelijk geslacht, hogere leeftijd en bepaalde onderliggende aandoeningen. Galstenen bestaan meestal uit cholesterol, bilirubine (pigmentstenen) of een mengsel van beide componenten.
10. Hoeveel kwadranten zijn er en hoe is het abdomen verdeeld?
Het abdomen kan worden verdeeld in vier kwadranten:
• Rechterbovenkwadrant (RUQ)
• Linkerbovenkwadrant (LUQ)
• Rechteronderkwadrant (RLQ)
• Linkeronderkwadrant (LLQ)
11. Hoe klassificeert u de appendicitis?
De appendicitis kan in principe worden verdeeld in ongecompliceerde en gecompliceerde verloopvormen.
Tot de ongecompliceerde vormen behoren de catarrhale en de seropurulente appendicitis.
De gecompliceerde vormen omvatten de ulcero-phlegmonieuze, gangraenachtige en de geperforeerde appendicitis.
12. Wat wordt bedoeld met de catarrhale en de seropurulente appendicitis?
De catarrhale appendicitis beschrijft een vroeg stadium van de ontsteking waarbij vooral het slijmvlies is aangedaan en er een lichte ontstekingsreactie bestaat.
De seropurulente appendicitis is een verder gevorderd stadium waarbij de ontsteking de volledige wand van de appendix heeft bereikt en er sprake is van een etterige exsudatie.
Artsenvoorschrift – V. a. acute appendicitis
Patiënte: Monika Zenker, 35 jaar
Datum/Tijd: direct bij opname
Algemene maatregelen
• Opname op de chirurgische afdeling
• Nuchter houden (NPO)
• Bedrust aanbevolen
Monitoring
• Vitale parameters (RR, pols, temp., SpO₂) elke 6 uur
• Pijnschaal (NRS) documenteren
• Verloopcontrole abdomen (toename, verdedigingstonus, peritonisme)
veneuze toegang / vocht
• i.v.-toegang (perifeer, grootlumig, bv. 16–18G, bij voorkeur in de V. basilica van de onderarm)
• Ringeroplossing 500–1000 ml i.v. initieel, daarna naar behoefte
Laboratorium
• Bloedbeeld (incl. leukocyten, hemoglobine, trombocyten)
• CRP
• β-hCG
• Natrium, kalium, chloride
• Creatinine, ureum
• Glucose
• AST, ALT, γ-GT, AP, bilirubine
• Lipase
• INR, aPTT
• Bloedgroep (AB0, rhesus)
• Antistoffenzoektest (AKS)
• Lactaat (bij gecompliceerd beloop / verdenking sepsis)
Urinum
Urineonderzoek
Beeldvorming
Echografie abdomen + pelvis klein
Medicatie
Metamizol 1 g i.v. indien nodig (of …, afhankelijk van kliniekstandaard)
Ondansetron 4 mg i.v. langzaam indien nodig (misselijkheid)
Consult
Chirurgisch consult: spoedig! → operatieve indicatie beoordelen
Overig
• Voorbereiden van voorlichting (appendectomie mogelijk)
• bij verslechtering direct arts informeren
Notizen
Körpermassindex
Body Mass Index (BMI)
Definitie: De Body Mass Index is een eenvoudige maat waarmee het lichaamsgewicht in verhouding tot de lichaamslengte wordt beoordeeld. Hij wordt berekend door het gewicht in kilogrammen te delen door het kwadraat van de lengte in meters.
periumbilikal
Periumbilikaal
Betekenis: Periumbilikaal duidt op het gebied direct rond de navel.
Nausea
Nausea (misselijkheid)
Definitie: Nausea is het subjectieve gevoel van onbehagen met de drang om te braken.
Defäkation
Defecatie
Definitie: Defecatie verwijst naar het proces van het uitscheiden van ontlasting uit de darm via de anus.
axillär
Axillair
Betekenis: Axillair heeft betrekking op de okselregio (onderzijde van het schoudergewricht) en wordt vaak gebruikt als meetplaats voor de lichaamstemperatuur.
°C
Graden Celsius (°C)
Definitie: °C is de eenheid voor het meten van temperaturen op de Celsiusschaal en wordt in medische bevindingen gebruikt om lichaams- of omgevingstemperatuur aan te geven.
Hypovolämie
Hypovolemie
Definitie en oorzaken: Vermindering van het circulerende bloed- of plasmavolume, bijvoorbeeld door acuut bloedverlies, uitgesproken vochtverlies (braken, diarree) of onvoldoende vochttoediening.
Klinische betekenis: Door het volumetekort treden compenserende reacties van het hart-vaatstelsel op; een versnelde hartslag (tachycardie) kan een vroeg teken zijn. Bij sterkere mate dreigen onderperfusie en circulatoir falen.
Hämatemesis
Hämatemesis
Begripsverklaring: Hämatemesis betekent het braken van bloed of bloedkleurig materiaal.
Betekenis van de bloedverschijning: “Koffiedikbraken” beschrijft donkerbruin, gestold of deels afgebroken bloed en duidt typisch op een bloeding in het bovenste maagdarmkanaal, maar is niet absoluut specifiek voor de exacte lokalisatie.
Meläna
Melena
Begripsverklaring: Melena is het voorkomen van zwarte, teerachtige ontlasting door de afbraak van bloedbestanddelen in de darm.
Klinische indeling: Zwarte, glanzende ontlasting wijst gewoonlijk op een bloeding in het bovenste maagdarmkanaal of proximale dunne darm, maar kan in uitzonderingsgevallen ook ontstaan bij trage passage uit verder distale bloedingsbronnen.
Hämatochezie
Hämatochezie
Begripsverklaring: Hämatochezie is het uitscheiden van helder, vers bloed met de ontlasting.
Klinische indeling: Heldere bloedbijmenging duidt meestal op een bloeding in het lagere maagdarmkanaal (colon, rectum), hoewel bij zeer hevige bloeding ook een bovenste GI-bron tot rood bloed in de stoelgang kan leiden.
Tenesmen
Tenesmen
Begripsverklaring: Tenesmen zijn kwellende, vaak pijnlijke en drangmatige stoelgangsgevoelens, vaak vergezeld van het gevoel van onvolledige lediging.
Klinische samenhang: Tenesmen treden typisch op bij rectale of colorectale aandoeningen, zoals ontstekingsprocessen of ruimtevullende laesies, en zijn een uiting van gelokaliseerde prikkeling in het einddarmsgebied.
Konsum potenziell kontaminierter
Consumptie van mogelijk besmet voedsel of dranken kan leiden tot een enterocolitis.
Ähnliche Beschwerden
Vergelijkbare maag-darmklachten bij personen in de omgeving kunnen wijzen op een gezamenlijke voedselvergiftiging.
gynäkologische
Gynaecologische klachten
Heeft betrekking op symptomen van het vrouwelijke voortplantingssysteem. Typische voorbeelden zijn tussentijdse bloedingen (metrorragie) en abnormale vaginale afscheiding (fluor vaginalis). Metrorragie betekent bloedingen buiten de normale menstruatie; fluor verwijst naar veranderde vaginale afscheiding in hoeveelheid, consistentie, kleur of geur. Dergelijke tekenen kunnen wijzen op infecties, hormonale stoornissen of andere gynaecologische aandoeningen en vereisen gerichte diagnostiek.
urologische
Urologische klachten
Duiden op symptomen van de urinewegen. Dysurie beschrijft pijn of branderig gevoel bij het plassen. Hematurie betekent de aanwezigheid van bloed in de urine, zichtbaar of alleen laboratoriummatig aantoonbaar. Deze symptomen kunnen wijzen op infecties, nier- of blaasstenen, tumoren of andere urologische aandoeningen en rechtvaardigen verder diagnostisch onderzoek.
Reflux
Reflux
Betekent het terugvloeien van maaginhoud in de slokdarm, meestal door een functionele stoornis van de onderste slokdarmsfincter. Typische klachten zijn zure oprispingen en soms brandend maagzuur. Herhaald of aanhoudend reflux kan leiden tot schade aan het slokdarmslijmvlies en vraagt mogelijk verder diagnostisch onderzoek.
Pyrosis
Pyrosis
Betekent het subjectieve gevoel van brandend maagzuur, typisch als een brandend gevoel achter het borstbeen. Pyrosis wordt vaak veroorzaakt door zuurgerelateerde reflux en is een typisch symptoom bij gastro-oesofageale refluxziekte, maar kan ook andere oorzaken hebben.
Stressinkontinenz
Stressincontinentie
Definitie: Ongewild urineverlies dat optreedt bij verhoogde buikdruk, bijvoorbeeld bij hoesten, niezen, lachen of lichamelijke inspanning. Kenmerkend is het ontbreken van een voorafgaand sterke aandrang om te plassen.
Oorzaken: Veelvoorkomende oorzaken zijn verzwakking van de bekkenbodem of insufficiëntie van het urethrale sluitapparaat, bijvoorbeeld na bevallingen, gynaecologische ingrepen of door leeftijds- en hormonale gerelateerde weefselverslapping.
Therapie: Eerst conservatieve maatregelen zoals gericht bekkenbodemtraining en fysiotherapie; hulpmiddelen of gedragsaanpassingen kunnen aanvullend zinvol zijn. In geselecteerde gevallen zijn medicamenteuze behandelingen mogelijk. Bij aanhoudende of ernstige klachten komen operatieve procedures zoals suburethrale strips (bijv. TVT) in aanmerking.
Tonsillektomie
Tonsillectomie
Definitie: Operatieve verwijdering van de palatinale amandelen.
Indicaties: Voornamelijk recidiverende amandelontstekingen, abcesvorming in de peritonsillaire ruimte, duidelijke amandelhypertrofie met obstructieve slaapapneu of het gerechtvaardigde vermoeden van een maligne verandering.
Complicaties: Belangrijkste risico’s zijn postoperatieve nabloedingen, pijn en wondgenezingsstoornissen; minder vaak kunnen infecties of beschadiging van naburige structuren optreden.
Hashimoto-
De Hashimoto-thyreoïditis is een chronische auto-immuunziekte van de schildklier waarbij het immuunsysteem het schildklierweefsel aanvalt. Dit leidt vaak tot een schildklieronderfunctie (hypothyreoïdie). Typische klachten van een onderfunctie zijn vermoeidheid, gewichtstoename, koude-intolerantie, haaruitval, neerslachtigheid en obstipatie. De diagnose wordt gesteld aan de hand van bloedonderzoek, met name TSH, fT4 en TPO-antilichamen, en eventueel echografisch onderzoek. Bij een manifeste onderfunctie wordt het hormoontekort gecompenseerd door het innemen van levothyroxine; de behandeling is meestal levenslang.
Cholezystektomie
Cholecystectomie
Definitie: Operatieve verwijdering van de galblaas, vaak minimaal invasief (laparoscopisch) uitgevoerd.
Indicaties: Aangewezen bij symptomatische galsteenleiden, acute of chronische ontsteking van de galblaas evenals bij grotere galblaaspoliepen of gegronde verdenking op maligniteit.
Complicaties: Mogelijke ongewenste gebeurtenissen zijn nabloedingen, lekkage van galvloeistof, beschadiging van de galwegen of aangrenzende organen en postoperatieve infecties.
Extra-uteriene graviditeit
Extra-uteriene graviditeit (eileiderszwangerschap)
Definitie: Een zwangerschap die buiten de baarmoederholte ligt; het meeste komt de innesteling voor in een deel van de eileider.
Locatie en frequentie: De overgrote meerderheid van deze zwangerschappen is tubair; zeldzamer zijn ovariale, abdominale of cervicale locaties.
Therapeutische benaderingen: Afhankelijk van de klinische bevinding komen conservatieve medicamenteuze behandeling of operatieve ingrepen in aanmerking, zoals orgaansparende (salpingotomie) of verwijderende (salpingectomie) procedures.
Complicaties: Belangrijke gevaren zijn het scheuren van de eileider met inwendige bloeding, daaruit voortvloeiende hemorragische shock en mogelijke aantasting van de latere fertiliteit.
Tuba uterina
Tuba uterina
De tuba uterina, in het algemeen taalgebruik eileider genoemd, verbindt de ovaria met de baarmoederholte. Zij dient voor het transport van de eicel en is de gebruikelijke plaats van bevruchting. Klinisch zijn de eileiders van belang bij ontstekingen, verklevingen en als veelvoorkomende locatie van een extra-uteriene zwangerschap.
Salpingectomie
Salpingectomie
Onder salpingectomie wordt de operatieve verwijdering van een eileider of beide eileiders verstaan. De operatie wordt bijvoorbeeld uitgevoerd bij gecompliceerde extra-uteriene zwangerschap, ernstige ontstekingen of bij profylactische indicaties. Het verwijderen beïnvloedt de vruchtbaarheid afhankelijk van of één of beide tubae zijn aangedaan.
Mammografie
Mammografie
De mammografie is een radiologische onderzoeksmethode van de borst ter detectie van ruimtevullende processen, verkalkingen en andere structurele veranderingen. Zij wordt zowel voor vroege opsporing als voor opheldering van verdachte bevindingen ingezet. Het onderzoek gebruikt lage stralingsdoses, maar levert niet in alle gevallen eenduidige resultaten; met name bij zeer dicht borstweefsel kunnen aanvullende beeldvormingstechnieken nodig zijn.
Euthyrox
Euthyrox
Euthyrox is een preparaat met de werkzame stof levothyroxine, een synthetisch schildklierhormoon (T4). Het dient voor substitutie bij hypothyreoïdie en als aanvulling na thyreoïdectomie of voor de behandeling van bepaalde vormen van struma. Belangrijke aspecten zijn de noodzaak van laboratoriumcontrole (bijv. TSH), mogelijke cardiale bijwerkingen bij overdosering en interacties met andere geneesmiddelen die de opname of werking kunnen beïnvloeden.
Baldrian
Baldrian
Baldrian is een geneeskrachtige plant waarvan extracten traditioneel worden gebruikt voor kortdurende verlichting van milde slaapstoornissen en ter kalmering bij nerveuze onrust. De wetenschappelijke gegevens tonen wisselende effecten; preparaten kunnen in verschillende toedieningsvormen beschikbaar zijn. Bij gelijktijdig gebruik van andere centraal dempende middelen of alcohol is voorzichtigheid geboden; bijwerkingen kunnen gastro-intestinale klachten of hoofdpijn omvatten.
Jaz®
Jaz®
Jaz® is een combinatie-orale anticonceptiepreparaat dat een oestrogeen en een progestageen bevat. Het voorkomen van ovulatie, de beïnvloeding van het cervixslijm en veranderingen van het endometrium dragen bij aan de anticonceptie. Mogelijke ongewenste effecten variëren van milde klachten zoals hoofdpijn of misselijkheid tot ernstiger risico’s zoals een verhoogde tromboserisico; contra-indicaties bestaan onder andere bij actieve thromboembolische aandoeningen, bepaalde leverziekten en bekende borstkanker. Interacties met enzyminducerende stoffen kunnen de werkzaamheid verminderen.
Pantoprazol
Pantoprazol — groep en werking
Pantoprazol behoort tot de protonpompremmers (PPI). Het vermindert de maagsapsecretie door de zoutzuurproductie van de pariëtale cellen in de maag te remmen.
Toepassingsgebieden
Het wordt gebruikt bij zuurgerelateerde aandoeningen van het bovenste maagdarmkanaal, zoals maagzweer of refluxklachten.
Belangrijke risico’s en bijwerkingen
Mogelijke ongewenste effecten zijn dyspepsie, hoofdpijn en allergische reacties. Bij langdurig gebruik kunnen aanvullende risico’s bestaan die individueel afgewogen moeten worden. Aanbevelingen voor inname variëren; gewoonlijk wordt inname gerelateerd aan de maaltijden, exacte instructies hangen af van het preparaat en de medische richtlijn.
Hyposensibilisatie
Hyposensibilisatie (allergie-immunotherapie)
Begrip en doel
Hyposensibilisatie, ook allergie-immunotherapie genoemd, is een gerichte behandeling van IgE-gemedieerde allergieën. Het doel is de immuunreactie tegenover een specifiek allergeen te moduleren en daardoor de allergiesymptomen blijvend te verminderen.
Werking en beloop
Door herhaalde toediening van het uitlokkende allergeen in oplopende dosis wordt beoogd een tolerantieontwikkeling van het immuunsysteem te bereiken. De therapie is doorgaans langlopend van aard.
Pakjaren
Pakjaren — definitie en berekening
Begripsuitleg
Een pakjaar is een maatstaf voor het vastleggen van cumulatieve tabaksexpositie.
Formule en voorbeeld
Het wordt berekend als (aantal dagelijks gerookte sigaretten ÷ 20) × aantal jaren roken. Bij 15 sigaretten per dag over 15 jaar geeft dat 15/20 × 15 = 11,25 pakjaren (afgerond ongeveer 11–12 pakjaren).
Apoplex
Apoplex (beroerte)
Begrip en oorzaken
Een apoplex, algemeen aangeduid als beroerte, is een acute verstoring van de cerebrale doorbloeding. Oorzaken zijn typisch een afsluiting van een hersenvat (ischemische beroerte) of een bloeding in het hersenweefsel (hemorragische beroerte).
Klinische betekenis
Een beroerte leidt tot focale neurologische uitvalsverschijnselen zoals hemiparese, spraakstoornissen of bewustzijnsveranderingen en vereist onmiddellijke medische beoordeling en behandeling.
Appendicitis
Appendicitis (ontsteking van het wormvormig aanhangsel)
Begrip en korte beschrijving
Appendicitis duidt op de ontsteking van het appendix vermiformis. In de volksmond wordt deze aandoening vaak blinddarmentsteking genoemd.
Klinische aanwijzingen
Typisch treedt aanvankelijk unspecifieke periumbilecale pijn op, die zich later naar de rechter onderbuik kan verplaatsen; de aandoening gaat vaak gepaard met symptomen zoals misselijkheid of spierverzet in het rechteronderbuikgebied.
Torsie
Torsie
Definitie: Onder torsie wordt het acute verdraaien van een orgaan om diens ophangingsstructuur inclusief de vaatsteel verstaan, wat kan leiden tot doorbloedingsstoornissen tot en met ischemie.
Gynaecologische relatie: In de gynaecologie betreft dit vaak het ovarium of een ovarieel adnexaal tumor, bijvoorbeeld een cyste, die het risico op een steelverdraaiing verhoogt.
Kliniek en beleid: Kenmerkend zijn plots optredende, hevige eenzijdige onderbuikpijn met misselijkheid of braken. De diagnose steunt op de klinische presentatie en beeldvorming (bijv. echografie met Doppler), waarbij afwezige Dopplerflow de torsie kan ondersteunen maar niet uitsluit. Bij verdenking is snelle operatieve diagnostiek vereist.
Hartfrequentie
Hartfrequentie
Begripsverklaring: De hartfrequentie geeft het aantal hartslagen per minuut aan en is een centrale vitale parameter.
Normbereik en betekenis: Bij volwassenen ligt de rusthartfrequentie gewoonlijk rond 60–100 slagen per minuut. Afwijkingen kunnen wijzen op lichamelijke inspanning, koorts, pijn, medicamenteuze invloeden of cardiologische dan wel systemische aandoeningen.
Bloeddruk
Bloeddruk
Definitie: De bloeddruk beschrijft de kracht waarmee het circulerende bloed tegen de vaatwanden drukt. Die wordt weergegeven door twee waarden: systolische (druk bij hartslag) en diastolische waarde (druk tijdens ontspanning).
Meten en eenheid: Voor de meting worden niet-invasieve methoden gebruikt zoals de bloeddrukmanchet met meter (handmatig of geautomatiseerd); de waarden worden in millimeter kwikdruk (mmHg) aangegeven.
Klinische relevantie: De bloeddruk is een belangrijke indicator voor cardiovasculaire gezondheid; afwijkingen omhoog of omlaag kunnen aanduiding voor behandeling of acute toestanden zijn en moeten in de klinische context worden beoordeeld.
Ademhalingsfrequentie
Ademhalingsfrequentie
Begrip: De ademhalingsfrequentie is het aantal ademhalingen per minuut en behoort tot de fundamentele vitale parameters.
Normbereik en betekenis: Bij volwassenen ligt de normale ademhalingsfrequentie in rust typisch tussen circa 12 en 20 ademhalingen per minuut. Veranderingen kunnen vroegtijdige aanwijzingen zijn voor respiratoire of metabole stoornissen, pijn, koorts of intoxicaties en dienen klinisch beoordeeld te worden.
Zuurstofsaturatie
Zuurstofverzadiging
Definitie: De zuurstofverzadiging geeft het percentage van met zuurstof beladen hemoglobine ten opzichte van het totale hemoglobine in het arteriële bloed aan.
Meting en normale waarden: De niet-invasieve meting gebeurt meestal met pulsoximetrie aan de vinger of oorlel. Bij gezonde volwassenen aan kamerlucht liggen de waarden typisch in het hoge bereik (gewoonlijk ongeveer 95–100 %).
Klinische betekenis: Daling van de verzadigingswaarden duidt op een verminderde oxygenatie en vereist nadere beoordeling en mogelijk therapeutische maatregelen.
digitale rectale onderzoek
Digitale rectale onderzoek (DRO)
Het digitale rectale onderzoek is een klinisch onderzoek waarbij een gesmeerde en met handschoen voorziene vinger in het rectum wordt ingebracht om ligging, consistentie en pijngrens van het einde darm en aangrenzende structuren te beoordelen. Indicaties zijn bijvoorbeeld diagnostiek bij rectale bloedingen, palpabele bevindingen in het rectum of aanwijzingen voor prostaatziekten; het kan aanvullend worden uitgevoerd bij onduidelijke onderbuiksklachten. Het onderzoek is kort en kan onaangenaam zijn; bevindingen moeten altijd in de klinische totaalcontext worden beoordeeld.
Bloedbeeld
Leukocytose (in het bloedbeeld)
Leukocytose duidt op een verhoogd aantal witte bloedcellen in het bloedbeeld. Het is een niet-specifieke aanwijzing voor ontstekings- of infectieuze processen, maar kan ook veroorzaakt worden door stressreacties, bepaalde medicatie of hematologische aandoeningen. De betekenis van een leukocytose moet samen met het differentiële bloedbeeld, aanvullende laboratoriumparameters en de klinische situatie worden beoordeeld.
Nierfunctieparameters
Nierfunctieparameters
Tot de gangbare routinemarkers van de nierfunctie behoren kreatinine en ureum (Urea). Kreatinine wordt vaak gebruikt voor de schatting van de glomerulaire filtratiesnelheid, maar de concentratie hangt ook af van spiermassa en andere factoren. Ureum weerspiegelt naast de nierfunctie ook eiwitmetabolisme en hydratatiestatus en kan beïnvloed worden door voeding of katabolisme. Beide waarden dienen gezamenlijk en in de totaalcontext te worden geïnterpreteerd.
ALT
ALT (alanine-aminotransferase)
ALT is een enzym dat voornamelijk in levercellen voorkomt en bij beschadiging van hepatocyten in verhoogde mate in het bloed terechtkomt. Verhoogde ALT-waarden wijzen overwegend op hepatocellulaire beschadiging en moeten samen met de anamnese, andere leverwaarden en beeldvormende bevindingen worden geïnterpreteerd. ALT geldt als relatief leverspecifieke marker in vergelijking met sommige andere transaminasen.
AST
AST (aspartaat-aminotransferase)
AST is een enzym dat voorkomt in de lever, maar ook in hartspier, skeletspier en andere weefsels. Verhoogde AST-waarden kunnen daarom wijzen op leverziekten, zijn echter minder leverspecifiek dan ALT omdat ook spierletsels of myocardiale schade tot stijgingen kunnen leiden. De oorzaak van een AST-verhoging dient aan de hand van aanvullende bevindingen te worden opgehelderd.
GGT
GGT (gamma-glutamyltransferase)
GGT is een enzym dat vooral in levercellen en in de epitheelcellen van de galwegen voorkomt. In serum gemeten verhoogde waarden duiden op beschadiging of verstoring van het hepatobiliaire systeem, bijvoorbeeld bij cholestatische processen of biliarye afvloedbelemmering. GGT is minder orgaanspecifiek dan sommige transaminasen, kan bovendien door alcohol- of medicamenteuze invloed verhoogd zijn en wordt daarom in het laboratoriumprofiel gebruikt bij de diagnostiek van lever- en galwegziekten.
C-reactief proteïne
C‑reactief proteïne (CRP)
CRP is een acute-phase-eiwit dat voornamelijk in de lever wordt gevormd. De serumconcentratie stijgt bij systemische ontstekingsreacties, infecties en weefselschade en kan daardoor als niet-specifieke laboratoriumparameter worden gebruikt voor het vaststellen van ontstekingsactiviteit en ter verloopcontrole. CRP geeft geen specifieke etiologie aan, maar toont algemeen het bestaan en de dynamiek van een ontstekingsreactie.
Stolling (INR, PTT), bloedgroep en kruisproef
Preoperatieve stollingsonderzoeken evenals bloedgroepbepaling en kruisproef
De stollingsonderzoeken (bijv. INR en PTT) geven informatie over de functie van respectievelijk het extrinsieke en intrinsieke en het gemeenschappelijke stollingspad en worden voor electieve ingrepen gebruikt om een verhoogd bloedingsrisico te herkennen. De bepaling van de bloedgroep (inclusief rhesusfactor) en een kruisproef dienen om compatibel donorbloed veilig te stellen en zijn relevant voorafgaand aan operaties waarbij een bloedtransfusie waarschijnlijk of mogelijk is.
Patiënt/Aanspreking: Dhr./Mevr. Oberarzt/Oberärztin ……….., Hierbij wil ik u patiënte Monika Zenker voorstellen. |
Datum24/08/2025 |
| Leeftijd 25 jaar | Gewicht64 kg | Lengte169 cm |
Allergieën (zoekwoorden)
Huisstofallergie (verbeterd na hyposensibilisatie, momenteel alleen milde niesbuien)
Genotmiddelen / Drugs (zoekwoorden)
Niet-roker
Alcohol: zelden, af en toe 1 glas bier bij feestjes
Geen drugs
Sociaal anamnese (zoekwoorden)
Ongehuwd, woont samen met partner
Huisdier: hond
Familieanamnese (zoekwoorden)
Vader: 65 jaar, gezond
Moeder: beroerte 1 jaar geleden, rechtszijdige hemiparese
Medicatie (zoekwoorden)
Euthyrox® 50 µg 1-0-0
Pantoprazol 20 mg 1-0-0
Jaz® 1-0-0
Valeriaan-dragees bij behoefte
Anamnese (volledige zinnen)
De patiënte presenteert zich op de eerste hulp met sinds ongeveer 7 uur bestaande buikpijn.
Zij gaf aan dat de pijn aanvankelijk diffuus en periumbiliair was en inmiddels naar de rechter onderbuik is verschoven.
Ze beschrijft de pijn als stekend, toenemend, met een pijnintensiteit van 7/10.
Daarnaast bestaat er misselijkheid, een eenmalige waterige ontlasting, drukpijn in de rechter bovenbuik en sinds de vorige dag een algemeen ziek gevoel.
De lichaamstemperatuur bedraagt axillair 37,7 °C.
Geen aanwijzingen voor hypovolemie, nachtzweten, braken, hematemesis, melaena, hematochezie, tenesmen, hemorroïden, anale fissuren, icterus, pruritus, voedselintoxicatie, contactinfecties, recente luchtweginfecties, gynaecologische of urologische klachten.
Geen reizen naar het buitenland.
De vegetatieve anamnese is onopvallend.
Voorgeschiedenis
Gastro-oesofageale reflux (pyrosis)
Hashimoto-thyreoïditis (sinds ca. 10 jaar, onder substitutie)
Stressincontinentie na 2e bevalling (bekkenbodemoefeningen, momenteel klachtenvrij)
Recidiverende tonsillitis → tonsillectomie op 12-jarige leeftijd
Eerdere operaties
Salpingectomie rechts bij extra-uteriene graviditeit (7. week, 3 jaar geleden, open operatie)
Tonsillectomie in de kindertijd
Gynaecologische anamnese
Gebruik van oraal anticonceptivum Jaz® sinds 1 jaar
Regelmatige cyclus, laatste menstruatie ongeveer 2,5 weken geleden
Preventieve mammografie 6 maanden geleden, onopvallend
Verdachte diagnose – differentiaaldiagnose (volledige zinnen)
Hoogstwaarschijnlijk betreft het een acute appendicitis.
Differentiaaldiagnostisch komt een mesenteriale lymfadenitis in aanmerking.
Ook mogelijk is een ovariumcyste of ovariumtorsie.
Ook een extra-uteriene zwangerschap moet worden uitgesloten.
Vervolgbeleid – therapie (volledige zinnen)
Ziekenhuisopname met nuchterbeleid
Lichamelijk onderzoek
Echografie van abdomen en klein bekken (uitsluiting gynaecologische DD, vrije vloeistof, appendixvisualisatie)
β-hCG-bepaling
Ontstekingsparameters (CRP, leukocyten)
Chirurgisch consult ter uitsluiting van appendicitis
Analgesie naar behoefte
Vloeistoftoediening i.v. indien nodig
1. Leeftijd
2. Hoofdklacht
1. Pieken: meestal in tiener- en jongvolwassen leeftijd (ca. 15–25 jaar)
Kinderen <5 jaar: zeldzaam, maar vaak ernstiger beloop
Ouderen >50 jaar: ook zeldzamer, maar vaak atypische symptomen → hogere perforatiegraad, of tumor-geïnduceerde lumenobstructie
2. Buikpijn + misselijkheid/braken + verhoogde temperatuur
3. Verloop/karakter
4. Verergering
5. Begeleidingssymptomen
3. Aanvankelijk boven de navel of in de middenbuik, later in de rechter onderbuik
Sinds ongeveer 12–24 uur
Matig sterk
Dof, zeurend
4. Hoesten, diep inademen/ademen, houdingsverandering
5. Eetlustverlies, misselijkheid, waterige ontlasting, algemeen ziek gevoel
6. Belangrijke negaties
6. Hyperhidrose, aanwijzingen voor gastro-intestinale bloedingen, icterus/donker urine, pruritus
eventueel gynaecologische klachten
Aanwijzingen voor een gastro-intestinale virusinfectie
7. Verplaatste appendix
7. Retrocecaal / retroperitoneale appendix: rechterflank of rug
Diepe bekkenligging van de appendix: diep in de onderbuik
8. Differentiaaldiagnose
fachleiterinfo@gmail.com
instagram.com/fachleiterinfo
Mesenteriale lymfadenitis: Begin: bovenbuik of rechter onderbuik, verloop: pijnverplaatsing naar rechts, minder duidelijk lokaliseerbaar dan bij appendicitis
Diverticulitis: Pijn in de linker onderbuik, vaak verbetering na defecatie, koorts
Extra-uteriene graviditeit (EUG): β-hCG bepalen verplicht, anticonceptie?/ Ovariumcyste-torsie
Urineweginfectie / nefrolithiase: momenteel geen aanwijzingen
9. Lichamelijk
Onderzoek
9. Vitale parameters, koorts?
Spierverzet: perforatie → peritonitis (loslaatpijn)
Drukpijn ter hoogte van McBurney-punt
Auscultatie: tachycardie, normaal actieve darmgeluiden
10. McBurney-punt
11. Rovsing-teken
12. Dunphy-teken
10. Lokalisatie:
1/3 afstand tussen
Spina iliaca anterior superior ↔ Umbilicus
maximale drukpijn
typisch bij normaal gelegende appendix
11. Druk: linker onderbuik
Pijn: rechter onderbuik
Opmerking: normale ligging van de appendix
12. Pijn bij hoesten
Opmerking: retrococcale ligging
13. Obturator-teken
14. Iliopsoas-teken
15. Laboratoriumonderzoeken
13. Pijn bij binnenrotatie van de heup
Opmerking: bekkenligging van de appendix
14. Pijn bij heupflexie / optillen van het been
Opmerking: retrocokcale ligging
15. Bloedbeeld, nierfuncties, leverwaarden (ALT, AST, GGT, AP, bilirubine), C-reactief proteïne, β-hCG, een urineonderzoek, elektrolyten, stolling (INR, PTT), bloedgroep en kruismatching
16. Abdomensonografie
16. verdikte, niet samendrukbare appendix met een diameter > 6 mm, wandverdikking, een rozetstructuur in dwarsdoorsnede, ontbrekende peristaltiek en een verhoogde echogeniciteit van het omringende vetweefsel ± vrije vloeistof
Voorlichting?
17. Computertomografie (CT)
17. verwijd lumen met dubbele wandlaag (> 6 mm), een wandverdikking (> 2 mm), periappendiculair vetweefselstranding, verdikking van de appendixwand en het voorkomen van een appendicoliet
Voorlichting?
18. Behandeling
fachleiterinfo@gmail.com
instagram.com/fachleiterinfo
18. Appendectomie, voorkeursmethode bij ongecompliceerde appendicitis, vaak een spoedprocedure
Antibioticaprofylaxe: Toediening: 30–60 minuten voor de huidincisie, Cefoxitin/ Cefazoline + Metronidazol
19. Complicaties
19. geperforeerde appendicitis
gangreuze appendicitis
appendicitis met abcesvorming
appendicitis met flegmone
hoge koorts, sterk verhoogde ontstekingswaarden, spierverzet, palpabele resistentie in de buik, sepsistekens
20. Anatomie
20.
echt divertikel van het caecum
bevat alle histologische wandlagen
Lengte: ca. 6–9 cm
Ligging:
meestal intraperitoneaal, retrococaal
pelvijn (~1/3 van de gevallen)
retroperitoneaal (~10 %)
21. Appendixcarcinoom
zeldzame maligniteit van de appendix
vaak (postoperatief) toevind na appendectomie, vaak asymptomatisch
neuro-endocriene tumor (NET): meest voorkomende type, eerder jongere patiënten
adenocarcinoom: eerder oudere patiënten
mucineuze neoplasieën, risico: pseudomyxoma peritonei
22. Stel u nu voor: Hoe zou u typisch over een appendicitis rapporteren?
I
De patiënte presenteert zich met sinds ongeveer 7 uur bestaande buikpijn op de Spoedeisende Hulp.
Zij gaf aan dat de pijn aanvankelijk diffuus en periumbiliair was en inmiddels naar de rechter onderbuik is gemigreerd.
Ze beschrijft de pijn als stekend, toenemend, met een pijnintensiteit van 7/10.
23. Stel u nu voor: Hoe zou u typisch over een appendicitis rapporteren?
II
Daarnaast bestaat misselijkheid, een eenmalige waterige defecatie, drukpijn in de rechter bovenbuik en sinds de vorige dag een algemeen ziek gevoel.
De lichaamstemperatuur is axillair 37,7 °C.
To run an AI simulation, download the PDF with the prompt, then upload it to an AI application such as ChatGPT.
Page 1 · 1–20 / 64
ARTS: Goedendag,
Mijn naam is dokter Becker.
Ik ben vandaag als assistent-arts werkzaam op de afdeling.
Ik zou graag een anamnese met u willen afnemen.
Als u iets niet goed heeft begrepen of vragen heeft, laat het me dan weten.
Eerst heb ik wat persoonlijke gegevens nodig, daarna kunnen we verder.
Hoe heet u?
PATIËNTE: Ik heet Monika Zenker.
ARTS: Kunt u alstublieft uw voor- en achternaam langzaam spellen?
PATIËNTE: Natuurlijk,
mijn voornaam: M, O, N, I, K, A
En mijn achternaam: Z, E, N, K, E, R
ARTS: Allereerst wil ik graag weten of u de pijn of klachten als draaglijk ervaart.
PATIËNTE: Het doet echt pijn, sinds een paar uur is het nog erger geworden.
ARTS: Ik zie dat u veel pijn heeft.
We zorgen er meteen voor.
Over een paar minuten krijgt u iets ter verlichting.
Eerst moet ik u echter nog een paar korte vragen stellen en daarna kunnen we rustig verder.
Hoe oud bent u, mevrouw Zenker?
PATIËNTE: Ik ben 25 jaar oud.
ARTS: Wanneer bent u precies geboren?
PATIËNTE: Ik ben op negen juli 2001 geboren.
ARTS: Hoe lang bent u?
PATIËNTE: Ik ben één meter negenenzestig.
ARTS: Hoeveel weegt u?
PATIËNTE: Ik weeg ongeveer vierenzestig kilogram.
ARTS: Hoe heet uw huisarts?
PATIËNTE: Mijn huisarts is dokter Karla Scholz.
ARTS: Wat brengt u vandaag naar ons?
PATIËNTE: Dus, de buikpijn begon ongeveer zeven uur geleden plotseling.
Eerst waren ze rond de navel, maar na verloop van tijd zijn ze naar de rechter onderbuik verhuisd.
ARTS: Kunt u zwanger zijn?
PATIËNTE: Nee, dat denk ik niet.
Ik slik sinds ongeveer een half jaar regelmatig de pil genaamd Jaz.
Mijn laatste menstruatie was ongeveer tweeënhalf week geleden.
Sinds ik de pil gebruik zijn de bloedingen echter korter en zwakker geworden.
ARTS: Heeft u een afweerspanning opgemerkt, dus dat de buik bij aanraking echt hard wordt?
PATIËNTE: Nee, dat is mij niet opgevallen.
ARTS: Heeft u bloedingen opgemerkt?
Dus bijvoorbeeld bloed bij het braken, in de urine, bij de ontlasting of ongebruikelijke bloedingen in het genitale gebied?
PATIËNTE: Nee, dat niet.
ARTS: Heeft u een buikletsel gehad?
PATIËNTE: Nee, geen.
ARTS: Heeft u sterk dorstgevoel, hartkloppingen, hartbonzen of duizeligheid gehad?
PATIËNTE: Sinds gisteravond voel ik mij over het algemeen behoorlijk beroerd en heb ik geen eetlust.
Daarom heb ik vandaag ook niet ontbeten.
Sinds vanmorgen is mij misselijk, maar ik heb nog niet gebraakt.
ARTS: Hoe zou u de pijn omschrijven?
Is het meer dof, zeurend, brandend of krampachtig?
PATIËNTE: In het begin was de pijn meer dof en moeilijk te plaatsen.
Met de tijd is hij steeds erger geworden.
Nu voelt het stekend aan, bijna als een messteek, en vooral bij bewegen, hoesten of als je op de buik drukt wordt het erger.
ARTS: Straalt de pijn ergens naartoe?
PATIËNTE: Nee, de pijn straalt niet uit.
Hij blijft in de rechter onderbuik.
ARTS: Is er iets dat de pijn verbetert of verslechtert – bijvoorbeeld de ontlasting of een bepaalde lichaamshouding?
PATIËNTE: Vandaag had ik één keer waterige ontlasting, maar het was maar een kleine hoeveelheid.
Een verbetering van de pijn heb ik daardoor niet gemerkt.
Ook door de lichaamshouding wordt het niet echt beter – of ik nu zit, lig of beweeg, de pijn blijft en wordt eerder sterker.
ARTS: Hoe zou u de intensiteit van uw pijn inschatten – op een schaal van 1 tot 10, waarbij 1 zeer licht en 10 ondraaglijke pijn is?
PATIËNTE: Op dit moment zou ik de pijn ongeveer een 7 geven.
ARTS: Heeft u iets geprobeerd tegen de pijn?
PATIËNTE: Nee, ik heb tot nu toe niets ondernomen.
ARTS: Heeft u zulke pijn al eerder gehad?
Was deze misschien afhankelijk van eten?
PATIËNTE: Nee, deze pijn nu is helemaal nieuw.
Maar ik heb al langere tijd brandend maagzuur.
Vooral na het eten, als ik ga liggen, wordt het erger.
Dan voel ik zo’n branderig gevoel achter het borstbeen en soms proef ik ook een zure smaak in de mond.
Mijn huisarts heeft mij daarvoor Pantoprazol voorgeschreven – en dat helpt mij heel goed.
ARTS: Heeft u een sterke drukgevoeligheid in de rechter onderbuik?
PATIËNTE: Ja, uit nieuwsgierigheid heb ik er zelf eens op gedrukt – en dat deed zeer.
Page 2 · 21–40 / 64
ARTS: Heeft u het gevoel dat u dringend naar het toilet moet, terwijl er krampachtige pijn in de endeldarm optreedt?
PATIËNTE: Nee, ik moet niet meteen naar het toilet.
ARTS: Is het u de laatste tijd opgevallen dat uw ontlasting of uw ontlastingsgedrag is veranderd?
PATIËNTE: Nee, daarbij heb ik geen veranderingen opgemerkt.
ARTS: Heeft u pijn of jeuk in het anale gebied?
PATIËNTE: Nee, ik heb daar noch pijn noch jeuk.
ARTS: Heeft u een gelige verkleuring van de huid of het oogwit opgemerkt, of is uw urine donkerder dan gewoonlijk?
PATIËNTE: Nee, ik heb niets opgemerkt.
ARTS: Heeft u jeuk of uitslag over het hele lichaam?
PATIËNTE: Nee, ik heb noch jeuk noch uitslag.
ARTS: Is uw buikomvang de laatste tijd groter geworden?
PATIËNTE: Nee
ARTS: Heeft u gemerkt of er ergens op de buik of in de liesstreek een zwelling is ontstaan?
PATIËNTE: Nee, zoiets heb ik niet opgemerkt.
ARTS: Bent u ooit aan de buik geopereerd?
PATIËNTE: Ja, ik ben al eens zwanger geweest. Het ging om een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, die geopereerd moest worden. Kinderen heb ik niet.
ARTS: Heeft u ooit vergelijkbare pijn gehad in verband met uw menstruatie?
PATIËNTE: Mijn menstruatiepijn is niet ongewoon, redelijk normaal.
ARTS: Kent u de zogenaamde ovulatiepijn?
Dus pijn ongeveer in het midden van de cyclus, wanneer de eisprong plaatsvindt – heeft u zoiets ooit gehad?
PATIËNTE: Nee, zoiets heb ik nog nooit opgemerkt.
ARTS: Heeft u de laatste tijd een ontsteking in de onderbuik gehad of is u afscheiding opgevallen?
PATIËNTE: Nee, zoiets heb ik niet gehad.
ARTS: Heeft u problemen bij het plassen gehad, bijvoorbeeld branderig gevoel?
PATIËNTE: Nee, het plassen was normaal.
ARTS: Heeft u onlangs verkoudheid of griep gehad?
PATIËNTE: Nee, ik was de laatste tijd niet verkouden en heb ook geen griep gehad.
ARTS: Heeft u onlangs een reis gemaakt?
PATIËNTE: Nee, ik ben de laatste tijd niet op reis geweest.
ARTS: Hebben anderen die hetzelfde aten vergelijkbare klachten gekregen?
PATIËNTE: Nee, de anderen die hetzelfde aten hadden niets dergelijks.
ARTS: Heeft u recent in restaurants of bij eetstalletjes gegeten waar de hygiëne mogelijk niet helemaal in orde was?
PATIËNTE: Nee, daar is mij niets bijzonders aan opgevallen.
ARTS: Hoe bent u naar het ziekenhuis gekomen?
PATIËNTE: Mijn vriend heeft me met de auto gebracht.
ARTS: Heeft u koorts, nachtelijk zweten, rillingen of transpiratieaanvallen?
PATIËNTE: Ik voel me warmer dan normaal, maar echte koorts heb ik niet.
Thuis heb ik één keer onder mijn oksel gemeten, toen was het 37,7 graden.
ARTS: Hoe is uw eetlust gewoonlijk?
PATIËNTE: Normaal gesproken heb ik een goede eetlust.
Ik eet eigenlijk bijna alles graag en heb geen problemen met eten.
ARTS: Heeft u moeite met inslapen of doorslapen?
PATIËNTE: Nee, helemaal niet – ik slaap als een roos.
Page 3 · 41–60 / 64
ARTS: Hoe gaat u om met stress?
PATIËNTE: Ik neem soms valeriaan-dragees – dat helpt redelijk, het kalmeert me een beetje.
ARTS: Heeft u problemen met plassen of ontlasting?
PATIËNTE: niets bijzonders.
ARTS: Heeft u relevante eerdere aandoeningen waarvan ik op de hoogte moet zijn?
PATIËNTE: Ja, toen ik 12 was zijn mijn amandelen verwijderd.
Ik had toen voortdurend keelpijn en amandelontstekingen, daarom is de operatie uitgevoerd.
Sindsdien heb ik daar geen problemen meer mee.
ARTS: Kunt u zich herinneren hoe lang u na de amandeloperatie in het ziekenhuis verbleef?
PATIËNTE: Ongeveer twee tot drie dagen.
ARTS: Is er verder nog iets belangrijks in uw voorgeschiedenis?
PATIËNTE: Ja. Toen ik ongeveer tien was kreeg ik plotseling jeukende huiduitslag over mijn hele lichaam en koorts.
De dokter zei toen dat het waterpokken waren.
Andere klasgenoten hadden het ook.
De ziekte verliep zonder complicaties en daarna was alles weer goed.
ARTS: Heeft u ooit een ongeluk gehad?
PATIËNTE: Ongeveer drie jaar geleden heb ik mijn vinger tussen de deur gekneusd.
ARTS: Welke hand en welke vinger waren betrokken?
PATIËNTE: De rechterhand, de wijsvinger.
ARTS: Hoe is dat toen behandeld?
PATIËNTE: Dat is conservatief behandeld, ik had een spalk en kreeg pijnstillers. Een operatie was niet nodig.
ARTS: Heeft u eerder zwangerschappen gehad?
PATIËNTE: Nee, nog niet.
ARTS: Gebruikt u regelmatig of zo nodig andere medicijnen – chemisch of plantaardig?
PATIËNTE: Nee, geen andere medicijnen. Soms drink ik een kruidenthee, bijvoorbeeld borretschthee.
ARTS: Heeft u een recept voor uw medicijnen?
PATIËNTE: Ja, dat heb ik.
ARTS: Bent u volledig ingeënt, dus heeft u alle vaccinaties sinds uw jeugd ontvangen?
PATIËNTE: In de coronatijd heb ik drie vaccinaties gekregen.
Aan de andere vaccinaties kan ik me eerlijk gezegd niet meer precies herinneren – dat is al lang geleden en ik was nog een kind.
ARTS: U heeft gelijk, het is het beste als we uw huisarts daarnaar vragen.
Heeft u bekende allergieën of intoleranties, bijvoorbeeld voor voedingsmiddelen, medicijnen, dieren of andere stoffen?
PATIËNTE: Ja, ik heb een huisstofmijtallergie.
Vroeger moest ik vaak niezen en had ik jeukende huiduitslag,
vooral als ik naar bed ging.
Ik heb een behandeling gekregen waarbij mijn lichaam er langzaam aan gewend werd.
Nu heb ik nog maar af en toe licht niezen.
en als ik peulvruchten zoals bonen eet, krijg ik winderigheid.
ARTS: Rookt u?
Hoeveel sigaretten rookt u per dag en sinds wanneer?
PATIËNTE: Nee, ik rook niet regelmatig. Af en toe misschien een sigaret.
ARTS: Hoe zit het met alcohol?
PATIËNTE: Alleen af en toe, bijvoorbeeld op feestjes een glas bier.
ARTS: Is het ooit voorgekomen dat u door overmatig alcoholgebruik symptomen van vergiftiging had?
PATIËNTE: Nee, dat is tot nu toe nooit voorgekomen.
ARZT: Mag ik u vragen of u ooit drugs hebt gebruikt?
PATIENTIN: Ik heb een paar keer wiet gerookt.
ARZT: Wat doet u voor werk?
PATIENTIN: Ik heb onlangs mijn vwo-diploma behaald.
Dat was eerlijk gezegd een erg stressvolle tijd.
Op dit moment heb ik eerst een korte pauze genomen om uit te rusten.
Daarna wil ik waarschijnlijk gaan studeren,
maar ik twijfel nog welke richting het precies moet worden.
ARZT: Wat is uw burgerlijke staat?
PATIENTIN: Ik heb een vriend.
ARZT: Met wie woont u samen?
PATIENTIN: Met mijn familie.
Page 4 · 61–64 / 64
ARZT: Doet u regelmatig aan sport?
Welk soort en hoe vaak?
PATIENTIN: Ja, regelmatig. Ik ga twee- tot drie keer per week naar de sportschool.
ARZT: Komt er in uw familie belangrijke ziektegeschiedenis voor, bijvoorbeeld bij uw ouders, broers/zussen of andere nauwe verwanten?
PATIENTIN: Mijn vader is 61 en gezond voor zijn leeftijd.
Mijn moeder is 57 en heeft een jaar geleden een beroerte gehad.
Sindsdien zorgt mijn vader voor haar, omdat ze verlamd is aan de rechterkant van haar lichaam.
Mijn 25-jarige zus lijdt aan migraine.
ARZT: Heeft u huisdieren?
PATIENTIN: Ik heb een hond.
ARZT: We zijn klaar met de anamnese.
Heeft u nog vragen?
PATIENTIN: Kunt u mij zeggen wat ik precies heb?
Moet ik geopereerd worden?
ARZT: Op dit moment kan ik u nog niet precies zeggen wat u heeft.
Om een zekere diagnose te stellen, moeten we u opnemen en verder onderzoek doen.
Afhankelijk van het resultaat beslissen we vervolgens over de behandeling – dat kan ofwel met medicijnen zijn of, indien nodig, ook operatief.
Daarover informeren we u natuurlijk tijdig.
PATIENTIN: Alles duidelijk. Ik had nog een vraag: wat moet ik doen als ik eens een pil vergeet?
ARZT: Als u maar één pil vergeet, neem die dan meteen in zodra u het merkt – ook als u die dag dan twee pillen moet nemen.
Daarna gaat u gewoon door met de normale inname.
PATIENTIN: En als ik twee pillen achter elkaar vergeet?
ARZT: Dat hangt ervan af welke pil en op welke innamedag u ze vergeten hebt. Bij Yaz gelden afhankelijk van de innamedag verschillende aanbevelingen. Kijk alstublieft in de bijsluiter of neem zo spoedig mogelijk contact op met uw gynaecoloogpraktijk of een apotheek. Als u meerdere hormoonhoudende tabletten bent vergeten of onbeschermde geslachtsgemeenschap hebt gehad, laat u dan meteen adviseren.
PATIENTIN: Dank u wel, meneer de dokter.





