Begroeting
Goedendag, geachte heer professor dokter …,
ik wil u nu patiënte Erika Baumann voorstellen.
Zij is 61 jaar, 178 cm lang en weegt ongeveer 73 kg. De bodymassindex (BMI) bedraagt 23 (normaalbereik).
Huidige anamnese
De patiënte met bekende diabetes mellitus type 2 presenteerde zich ongeveer een uur geleden met plotseling optredende duizeligheid, asthenie, visusvermindering en palpitaties.
Daarnaast rapporteerde zij paresthesieën van de extremiteiten, onrust, hyperhidrose, bleke lippen en verwardheid.
Daarnaast meldde de patiënte hevige honger.
Bovendien geeft zij aan zich beperkt te kunnen herinneren wat er gebeurd is.
De klachten traden op na lichamelijke inspanning en verbeterden duidelijk in de ambulance na orale toediening van glucose (drie stukjes druivensuiker).
Er zijn geen aanwijzingen voor braken, geen schedel-hersen-trauma, tremor, paresen of plegieën, geen bewustzijnsverlies, geen convulsies en geen middelenmisbruik.
De patiënte gaf aan gisterenavond rond 21 uur 20 eenheden insuline glargin (Toujeo®) te hebben geïnjecteerd.
Zij voegde toe dat de laatste maaltijd gisteravond was.
Verloop van het voorval:
De patiënte vertelde dat zij gisteren haar verjaardag heeft gevierd, drie glazen rode wijn heeft gedronken en pas laat naar bed is gegaan. Als cadeau had haar zoon haar een fietstocht gegeven, omdat zij in het weekend regelmatig fietst.
Vanmorgen ging de wekker wel, maar zij heeft zich verslapen en is direct naar de ontmoetingsplek gereden. Daarom heeft zij alleen een kop koffie en geen ontbijt genuttigd. Om 9 uur is de tocht begonnen.
Ongeveer een halfuur na aanvang van de tocht voelde zij zich niet goed en klaagde over misselijkheid, maar reed eerst door. Daarna moest zij een pauze nemen; een vriend gaf haar een glas cola, waardoor het haar kort beter ging.
Na ongeveer twee uur traden de symptomen op.
De vegetatieve anamnese
De vegetatieve anamnese is onopvallend, met uitzondering van een stressgerelateerde insomnie na het overlijden van de echtgenoot en een low-carb-dieet met daaruit voortvloeiend gewichtsverlies van ongeveer 4–5 kg in de afgelopen twee maanden. Al langere tijd bestaat er een obstipatie, die zich recentelijk door leefstijlaanpassing heeft verbeterd.
Voorgeschiedenis
Anamnestisch zijn de volgende voorgeschiedenissen bekend:
Sinds drieënhalf jaar bestaat er een diabetes mellitus type 2, die in het kader van herhaalde mycosen is gediagnosticeerd.
De initiële therapie was met metformine, vanwege aanhoudend verhoogde HbA1c-waarden werd vervolgens een insulinetherapie gestart.
Vanwege onregelmatige bloedglucosecontroles is de huidige stofwisselingsstatus niet betrouwbaar te beoordelen.
Er zijn geen aanwijzingen voor diabetische nefropathie, retinopathie, neuropathie of trophische veranderingen. Cardiovasculaire voorgeschiedenis is niet bekend.
Tot op heden geen opname geweest; episodes van hypoglykemieën in het verleden zijn niet gedocumenteerd.
Bijna vier jaar geleden bestond een intertrigineuze candidose rechts evenals een tinea pedis interdigitalis tussen de vierde en vijfde teen links.
Ongeveer een jaar geleden rapporteerde de patiënte af en toe palpitaties. Daarna vond een cardiologische beoordeling plaats met uitvoering van een langtijd-ECG, dat zonder pathologisch bevinding bleef.
Een hypercholesterolemie is ook bekend.
Er bestaat artrose van de rechter bovenste spronggewricht, die conservatief wordt behandeld.
Twee jaar geleden trad er tijdens een verblijf in Spanje na een insectenbeet een flebitis van de rechter onderbeenvene op met lokale zwelling, roodheid en pijn. De initiële therapie met amoxicilline werd wegens een urticariforme reactie gestopt; daaropvolgend werd behandeld met azithromycine.
Eerdere operaties
Ongeveer 25 jaar geleden liep de patiënte na een val van circa drie meter hoogte een fractuur van het rechter bovenste spronggewricht op. Deze werd operatief behandeld met een schroefosteosynthese . De implantaten werden ongeveer een jaar postoperatief verwijderd. Enkele jaren later traden opnieuw pijnklachten op; er werd een artrose van het spronggewricht als mogelijke complicatie gediagnosticeerd.
Opmerking: Als een bewering door medisch onderzoek objectief bevestigd kan worden – bijvoorbeeld door zichtbare littekens – is de indicatief passend. (In het examen voor vaktaal vindt geen lichamelijk onderzoek plaats.)
Gynaecologie
De patiënte heeft drie keer gebaard. De eerste twee geboortes waren spontaan, de derde via keizersnede vanwege een makrosomie.
Sinds zeven jaar verkeert zij in de postmenopauze en meldt af en toe vasomotorische symptomen in de vorm van opvliegers.
Medicatie:
Metformin 500 mg 1-0-1
Acetylsalicylzuur 81 mg 1-0-0
Atorvastatine 20 mg ‘s avonds
Diclofenac (Voltaren® Dolo) 25 mg indien nodig
Insuline glargin (Toujeo®) 20 eenheden ‘s avonds
———
Clotrimazol-zalf (Canesten®) topisch
Opmerking: Als een bewering door medische observatie objectief bevestigd kan worden – bijvoorbeeld op basis van een recept – is de indicatief passend.
Allergieën
Er zijn allergieën voor amoxicilline met urticair reactie tegen schaaldieren met Angio-oedeem in het gezicht en tegen wespensteken met anafylaxie, waardoor vroeger een opname noodzakelijk was en vervolgens een hyposensibilisatie als basistherapie werd uitgevoerd.
Noxen
De patiënte is sinds bijna 4 jaar niet-roker. Daarvóór bestond er meer dan 35 jaar een tabaksgebruik van ongeveer een half pakje per dag, overeenkomend met ca. 17,5 pakjaar .
Het alcoholgebruik bedraagt ongeveer één glas bier per week. Er zijn geen aanwijzingen voor drugsmisbruik.
Sociaal anamnese
De patiënte is sinds een jaar weduwe, werkt als administratief medewerker bij het woningloket en heeft drie kinderen (een 22-jarige dochter, een 19-jarige zoon en een 15-jarige zoon). De dochter lijdt aan een dwangstoornis met handeczeem en wordt behandeld met sertraline en lokale externae.
Familieanamnese
De moeder van de patiënte is 79 jaar oud, lijdt aan dementie en woont in een verzorgingstehuis. Sinds twee dagen is zij wegens een blessure van het rechter heupgewricht na een val van de trap opgenomen in het ziekenhuis.
De vader overleed 15 jaar geleden op 65-jarige leeftijd aan een pancreaskanker.
Verdachts- en differentiaaldiagnose
Naar mijn inschatting wijzen de anamnesegegevens in de context van een bekende diabetes mellitus vooral op een hypoglykemie. Hiervoor spreken symptomen van activatie van het sympathoadrenale systeem zoals hyperhidrose, palpitaties en bleekheid, evenals neuroglykopenische symptomen zoals duizeligheid, concentratiestoornissen, verwardheid en paresthesieën.
Als uitlokkende factoren komen nuchterheid, lichamelijke activiteit en insuline-toediening in aanmerking.
De duidelijke verbetering na toediening van glucose wijst sterk op een hypoglykemie.
Voor een cardiale oorzaak zijn er geen relevante symptomen zoals thoracale pijn, beklemming of dyspnoe. Bovendien zou bij een cardiale oorzaak geen verbetering door glucose te verwachten zijn. Desondanks zijn initiële diagnostische maatregelen zoals een ECG geïndiceerd.
Neurologische uitvalsverschijnselen ontbraken, zodat een apoplex of een transiënte ischemische aanval minder waarschijnlijk is.
Er zijn geen aanwijzingen voor een psychiatrische stoornis.
De patiënte ontkent drugsgebruik; bij bijbehorende verdenking zou een toxicologisch urinetest overwogen moeten worden
Diagnostische uitwerking
Als eerste maatregel dient de bloedglucose te worden bepaald. Een opname is hier geïndiceerd om de bloedglucosewaarden intensief te monitoren en zonodig de therapie aan te passen. Daarnaast is tijdens het verblijf in het ziekenhuis een gestructureerde diabetesscholing van essentieel belang.
lichamelijk onderzoek
Na de anamnese dient een gestructureerd lichamelijk onderzoek te volgen. Dit begint met het vaststellen van de vitale functies (hartfrequentie, bloeddruk, ademfrequentie, zuurstofsaturatie en temperatuur), gevolgd door een uitgebreid lichamelijk onderzoek. Bij aanwezigheid van hypoglykemie kunnen symptomen van activatie van het sympathoadrenale systeem optreden zoals hyperhidrose, palpitaties en bleekheid, evenals neuroglykopenische symptomen zoals duizeligheid, concentratiestoornissen, verwardheid en paresthesieën. Vervolgens dient een gerichte beoordeling plaats te vinden om mogelijke complicaties uit te sluiten, te beginnen met inspectie.
Er moet gelet worden op typische huidveranderingen zoals acanthosis nigricans en nagelafwijkingen. Tekenen van mycotische infecties, met name interdigital- of nagelschimmel en intertrigineuze mycosen (bijv. onder de borst bij vrouwen), dienen eveneens vastgelegd te worden. Daarnaast moeten huidbevindingen zoals bleekheid, cyanose, oedeem, trophische stoornissen of ulcera (met vermelding van lokalisatie, grootte, randen, secreet en geur) worden beoordeeld voor de perifere doorbloeding .
Bij aanwezige oedeemvorming moet worden gecontroleerd of deze indrukbaar zijn.
Auskultatie kan mogelijke pathologische stromingsgeluiden aantonen, zoals bijvoorbeeld hartgeruisen in de zin van klepinsufficiënties of stenosen.
Een diabetische voetonderzoek en een fundoscopie zijn eveneens noodzakelijk.
|
Aanvullende kennis |
|
|
Microangiopathie (Microvasculair) |
Macroangiopathie (Macrovasculair) |
|
Diabetische retinopathie → beschadiging van de retinale vaten → microaneurysma’s, bloedingen, exsudaten, risico op blindheid. |
Coronaire hartziekte (CHZ) → angina pectoris, myocardinfarct. |
|
Diabetische nefropathie → glomerulaire schade → proteïnurie, micro-albuminurie, later nierinsufficiëntie. |
Cerebrovasculaire aandoening → TIA, ischemische beroerte. |
|
Diabetische neuropathie → schade aan de kleine vaten van de perifere zenuwen → sensibiliteitsstoornissen, pijn, vegetatieve symptomen. |
Perifere arteriële obstructieve ziekte (PAOD) → claudicatio intermittens, ulcera, amputaties. |
Laboratoriumonderzoek
Voor verdere opheldering dienen een volledig bloedbeeld, nuchtere bloedglucose (FBS), HbA1c, een lipidenprofiel (totaal cholesterol, LDL, HDL, triglyceriden), nierfunctiewaarden (creatinine, ureum, GFR), een bloedgasanalyse voor de beoordeling van de zuur-basehuishouding, elektrolyten evenals een urineonderzoek inclusief proteïnetest te worden uitgevoerd.
Elektrocardiogram
De patiënte heeft meerdere risicofactoren voor cardiovasculaire ziekten, daarom dient een ECG te worden uitgevoerd om mogelijke ritmestoornissen, ischemietekenen of belasting van het myocard vast te stellen.
Een ECG wordt uitgevoerd door elektroden op de huid van de borstkas, armen en benen aan te brengen om de elektrische activiteit van het hart vast te leggen.
Consulten
Interne geneeskunde, nefrologie, oftalmologie, voedingswetenschap / diabetologie
Behandeling:
• Definitie
• Bloedglucoseconcentratie < 60 mg/dl: patiënt kan symptomatisch zijn of ook niet.
• Bloedglucoseconcentratie < 40 mg/dl: patiënt is doorgaans symptomatisch.
• Bloedglucoseconcentratie < 20 mg/dl: kan gepaard gaan met convulsies en coma.
• Symptomen en klinische tekenen
• Wazig zien
• Zweterige handpalmen, gegeneraliseerde hyperhidrose
• Tremor
• Hevige trek in eten
• Verwarring, angst
• Perioraal tintelend en gevoelloos gevoel
• Sommige patiënten worden agressief en oordelen ongepast. (Delier)
• Nachthyoglükemie: nachtmerries, onrustige slaap, hevig zweten, ochtendhoofdpijn, kater in de ochtend.
• Therapie
• Inname van 10–20 g snel opneembare koolhydraten
• Herhaling na 15–20 minuten als de glucosespiegel < 60 mg/dl blijft of de patiënt nog steeds symptomen heeft.
• Voorbeelden van voedingsmiddelen met ca. 15 g koolhydraten:
• Sinaasappelsap, grapefruitsap of appelsap; gewone (niet light) frisdrank → ½ glas
• Druivensap → ⅓ glas
• Suiker → 1 eetlepel of 3 suikerklontjes
• Zuigtabletten/bonbons → 5 stuks
• Glucosetabletten → 4 tabletten
• Bij bewusteloze patiënten:
• Glucagon 1 mg subcutaan, intramusculair of intraveneus (responstijd ca. 6 minuten)
• Glucose 25 g intraveneus (50 ml van een 50% dextroseoplossing; responstijd ca. 3 minuten)
Maatregelen ter verlaging van cardiovasculaire risicofactoren bij patiënten met diabetes mellitus:
• Gewichtsreductie bij overgewicht (dit is hier niet van toepassing)
• Regelmatige lichamelijke activiteit (looptraining, minimaal 3×/week) (dit is hier niet van toepassing)
• Stoppen met roken (eventueel nicotinevervangende therapie of gedragstherapie) (dit is hier niet van toepassing)
• Een gestructureerde diabetescursus in een diabetescentrum
• Diabetes mellitus:
Zelfcontrole van de bloedglucose is een belangrijk instrument voor zelfmanagement voor patiënten.
VBG < 130 mg/dl
HbA1c < 7 %
• Arteriële hypertensie:
Streefwaarde: < 130/80 mmHg of < 120/80 mmHg
• Hypercholesterolemie:
LDL-streefwaarde < 70 mg/dl bij hoog cardiovasculair risico
• Consistente voetverzorging:
Dagelijkse controle, vermijden van drukplaatsen en infecties
Medicamenteuze behandeling:
• Aangezien de patiënte een hoog risico op cardiovasculaire gebeurtenissen heeft, moet het gebruik van acetylsalicylzuur (ASS, Aspirine) voor plaatjesaggregatieremming worden overwogen. (De patiënte gebruikt dit al.)
• Bij de meeste patiënten moet na de diagnose aanvankelijk een monotherapie met metformine worden gestart. Als metformine gecontra-indiceerd is of slecht wordt verdragen, kan een alternatief, voor monotherapie goedgekeurd antidiabeticum worden gebruikt.
• Metformine
• Werkingsmechanisme:
Metformine verlaagt de bloedglucose door de hepatogene glucosynthese te verminderen en verbetert indirect de insulineresistentie. Het veroorzaakt daarbij geen gewichtstoename noch hypoglykemieën. Daarnaast heeft het een gunstige werking op plasmavetzuren.
• Bijwerkingen:
Aan het begin treden vaak gastro-intestinale klachten op zoals diarree, winderigheid, verminderde eetlust, buikpijn, misselijkheid of een metaalachtige smaak. Deze bijwerkingen nemen gewoonlijk in de loop van de tijd af. Daarom moet de therapie met een lage dosis worden gestart en langzaam worden verhoogd.
• Het risico op lactaatacidose neemt met name toe bij nierinsufficiëntie, leverinsufficiëntie, verhoogd alcoholgebruik en bij gebruik van jodiumhoudende contrastmiddelen.
• Bij eGFR < 30 ml/min is metformine gecontra-indiceerd.
• Langdurige monitoring:
Bij langdurige therapie moet elke 2–3 jaar de VitamineB12Spiegel gecontroleerd worden.
• Maximale dagelijkse dosis: 1500 mg/dag
• Volgens de AACE-richtlijnen (American Association of Clinical Endocrinologists) moet het starten van insulinetherapie dringend worden overwogen wanneer de HbA1c-waarde > 10 % is.
|
Werkstofgroep / voorbeeld |
Mechanisme |
Indicaties (FDA) |
Bijwerkingen |
|
Insuline |
Vervangt of vult endogene insuline aan |
Monotherapie; combineerbaar met elk oraal antidiabeticum |
Hypoglykemie, gewichtstoename, lokale huidreacties |
|
DPP4-remmers Sitagliptine, Linagliptine |
Remt DPP4 → verhoogt endogene incretines, ↑ insulinesecretie, ↓ glucagonsecretie |
Monotherapie of combinatie (metformine, SFU, TZD, insuline) |
Hoofdpijn, nasofaryngitis, hypoglykemie (vooral met SFU), exantheem (zeldzaam) |
|
GLP1-receptoragonisten (incretinemimetica) Exenatide, Ozempic, Liraglutide, (s.c./oraal) |
Stimuleert insulinesecretie, vertraagt maaglediging, vermindert glucagonsecretie, bevordert verzadiging |
Monotherapie of combinatie (metformine, sulfonylureumderivaten (SFU), thiazolidinedionen (TZD), insuline) |
GI-klachten (misselijkheid, braken, diarree), hypoglykemie (vooral met SFU), gewichtsverlies, meldingen van pancreatitis, bovenste luchtweginfecties |
|
Thiazolidinedionen (glitazonen) Rosiglitazon, Pioglitazon |
Versterken de insulinewerking in de periferie, ↑ glucose-opname in spier/vetweefsel, ↓ hepatische glucoseproductie |
Monotherapie of combinatie (SFU, TZD, insuline) |
Anemie, vochtretentie, oedeem, gewichtstoename, macula-oedeem, fracturen (vooral vrouwen) |
• Soorten insuline
• Snelwerkende insulineanalogen (bijv. lispro, aspart, glulisine): werking beginsel na 10–20 min, werking 2–4 u. → inzet bij maaltijden.
• Intermediair werkende insulines:
NPH-insuline (Neutral Protamine Hagedorn): werking begint na 1–2 u, werkingsduur 12–18 u. → Meestal voor basale voorziening.
• Langwerkende insulineanalogen (basale insulines):
Glargin, Detemir, Degludec: werking begint 1–2 u, werkingsduur tot 24–42 u. → constante basisvoorziening, 1× per dag.
• Insuline wordt subcutaan geïnjecteerd (onder de huid, in het vetweefsel).
Buik (periumbicaal, min. 2 cm afstand tot de navel) → snelle opname
Dij (voorkant, zijkant) → tragere opname
Bovenarm (achter buitenzijde) → gemiddelde opname
Billen → tragere opname
• Schatting van de totale dagelijkse insulinebehoefte bij type 2-diabetes:
• De dagelijkse insulinebehoefte ligt ongeveer tussen 0,7–1,5 eenheden per kilogram lichaamsgewicht.
• De basale insulinebehoefte bedraagt ongeveer 50% van de totale dagelijkse insulinebehoefte.
• Insulinepomp
De insulinepomp is een klein draagbaar apparaat dat continu insuline via een katheter in het subcutane vetweefsel afgeeft.
Toedieningsvormen:
Basale dosis: continue kleine hoeveelheden insuline (meestal snelwerkend analooginsuline) → vervangt het basale insuline.
Bolusdosis: extra insulinedoses bij maaltijden of ter correctie van verhoogde bloedglucosewaarden.
Voordelen:
Fysiologischer insulineaanbod
Flexibeler leven en betere bloedglucosecontrole
Vermindering van ernstige hypoglykemieën
Bijzonder geschikt bij type 1-diabetes of instabiele stofwisselingssituaties
Nadelen:
Hoge trainingsbehoefte
Technische problemen mogelijk (katheterverstopping → gevaar voor ketoacidose)
Kostbaar
Extra
Namen:
Kurt Hahn, Rupert Obermeier, Tom Jähriger
Beroepen:
De patiënte werkt in de verfgafdeling van de bouwmarkt.
Gymnasiumleraar Geschiedenis
Ambtenaar
Details:
Ze kwam samen met vrienden met de auto naar het ziekenhuis.
De volgende ochtend miste hij het ontbijt en nam zonder voedselinname alleen koffie, voordat hij aan een lokaal voetbaltoernooi deelnam. Tijdens de tweede wedstrijd traden typische symptomen van een hypoglykemie op.
Hij draagt een continue glucosesensor aan de arm die de bloedsuiker regelmatig meet.
Hij had eerder last van obstipatie; na het begin van de metforminetherapie werd de ontlasting papperig en trad ongeveer twee keer per dag op.
Zijn moeder had hem verteld dat er een reactie op penicilline bestaat; hijzelf wist dit niet, omdat hij tot nu toe nooit penicilline had ingenomen.
Hij verklaarde dat hij drie uur eerder na het tillen van een circa 50 kg zware meelzak duizeligheid, zwakte in de benen en transpiratie had gevoeld. Daarna was hij gaan liggen en na het innemen van een appelsap merkte hij verbetering. Daarna viel hem een tachycardie op.
Voorgeschiedenis:
Mycose in de rechterliesstreek / Tinea inguinalis rechts
Er bestaat sinds 10 jaar een rhizarthrose (duimzadelgewrichtartrose).
Tinea axillaris links.
Onderbeenfractuur na valincident, operatief behandeld met plaatosteosynthese.
Twee jaar geleden liep zij daar door het vallen van een verfemmer een fractuur van de middenvoet op.
Er bestaat een goedaardige prostaathyperplasie, behandeld met tamsulosine.
een goedaardige struma, gedeeltelijke thyreoïdectomie.
Hielbeenfractuur
Er bestaat sinds 10 jaar een arteriële hypertensie.
Bij hem werd na een myocardinfarct een hartkatheteronderzoek met PTCA uitgevoerd.
Medicatie:
Daarop kocht zij zelfstandig Canesten® bij de apotheek en gebruikt het momenteel.
Sociaal:
Gezin:
Moeder: beroerte (apoplex) enkele jaren geleden
Haar vader overleed vermoedelijk aan een neusbijholtekanker.
Vragen
1. Wanneer moet bij patiënten met diabetes mellitus een chirurgisch consult worden aangevraagd?
Een chirurgisch consult is met name nodig bij diabetisch voetsyndroom met ulcera, infecties, gangreen of dreigende amputatie.
2. Wat verstaat men onder calcium-pyrofosfaat-diarthropathie (CPPD)?
CPPD is een arthropathie door afzetting van calcium-pyrofosfaatkristallen in gewrichten, meestal bij oudere patiënten. Oorzaken zijn leeftijd, gewrichtsdegeneratie, stofwisselingsstoornissen (bijv. hyperparathyreoïdie, hemochromatose, hypomagnesiëmie) of erfelijke vormen. Typische symptomen zijn acute, jichtachtige artritis met pijnlijke zwelling, roodheid en verminderde beweeglijkheid – vaak in de knie. De diagnose wordt gesteld door het aantonen van kristallen in de gewrichtsvloeistof en door röntgenonderzoek (chondrocalcinose). Therapeutisch is de behandeling symptomatisch met NSAID’s, colchicine of glucocorticoïden; een causale eliminatie van de kristallen is niet mogelijk.
3. Wat is een Gymnasium? Welke andere schooltypen kent u?
Een gymnasium is een middelbare school die leidt tot de algemene universitaire toegang (Abitur). Andere schooltypen zijn bijvoorbeeld de basisschool, Hauptschule, Realschule, Gesamtschule en het beroepsonderwijs (Berufsschule).
4. Wat is een vriendschappelijke wedstrijd en wat is een toernooi?
Een vriendschappelijke wedstrijd is een sportwedstrijd zonder officiële score, meestal voor training of testdoeleinden. Een toernooi is een competitie waarbij meerdere teams of spelers tegen elkaar spelen en een winnaar wordt bepaald.
5. Hoe noemt men de angst voor nauwe ruimtes? Wat is een fobie? Welke fobieën kent u nog?
De angst voor nauwe ruimtes heet claustrofobie. Een fobie is een onredelijke, vaak pathologische angst voor bepaalde situaties, objecten of activiteiten. Andere voorbeelden zijn hoogtevrees (acrofobie), angst voor spinnen (arachnofobie) of angst voor open plaatsen (agorafobie).
6. Wat is Long-COVID?
Long-COVID verwijst naar klachten die langer dan vier weken na een acute COVID-19-infectie aanhouden of nieuw ontstaan. Typische symptomen zijn vermoeidheid (fatigue), concentratiestoornissen, kortademigheid, hoesten en spierpijn.
7. Hoe noemt men tetanus in het dagelijks taalgebruik?
In het dagelijks taalgebruik wordt tetanus ook wondkramp genoemd.
8. Hoe legt u een patiënt een sneltest voor diabetes voor zelfgebruik uit?
Een snelle zelftest voor diabetes werkt vergelijkbaar met een bloedsuikermeting. U prikt met een kleine lancet in de vingertop, brengt een druppel bloed aan op een teststrip die in het meetapparaat wordt geplaatst, en na enkele seconden toont het apparaat de actuele bloedsuikerwaarde. Zo kunt u eenvoudig en snel controleren of uw bloedsuiker binnen het normale bereik ligt.
9. Wat is glucosurie?
Het voorkomen van glucose in de urine als gevolg van het overschrijden van de renale terugresorptiecapaciteit (nierdrempel, ca. 160–180 mg/dl bloedglucose).
10. Wat verstaat men onder het metabool syndroom?
Het metabool syndroom is de combinatie van meerdere risicofactoren: abdominale obesitas, arteriële hypertensie, dyslipidemie (verhoogde triglyceriden, verlaagd HDL) en insulineresistentie of type 2 diabetes mellitus. Het vormt een belangrijk risicofactor voor cardiovasculaire ziekten.
11. Wat is een ketoacidose en hoe wordt deze behandeld?
Diabetische ketoacidose is een acute metabole ontregeling door insulinetekort met hyperglykemie, ketonenvorming en metabole acidose. Typische symptomen zijn misselijkheid, braken, buikpijn, acetongeur, Kussmaul‑ademhaling en bewustzijnsstoornissen. De behandeling omvat vochttoediening, intraveneuze toediening van insuline, elektrolytenbalans (vooral kalium) en behandeling van de uitlokkende oorzaak.
Diagnose van diabetische ketoacidose (DKA):
• Hyperglykemie (meestal > 250 mg/dl)
• Metabole acidose (pH < 7,3, bicarbonaat < 18 mmol/l)
• Aantonen van ketonen in bloed of urine
Notities
BMI
Berekening van de Body‑Mass‑Index
De Body‑Mass‑Index is een maat voor de verhouding van lichaamsgewicht tot lichaamslengte. Hij wordt berekend door het gewicht in kilogrammen te delen door het kwadraat van de lengte in meters. Bij een lichaamsgewicht van 73 kg en een lengte van 1,78 m resulteert dit in een BMI van ongeveer 23, wat binnen het bereik van een normaal lichaamsgewicht valt.
Asthenie
Asthenie (kracht‑ en energieloosheid)
Korte beschrijving: Onder asthenie wordt verstaan een uitgesproken algemene zwakte en verminderde fysieke of psychische belastbaarheid.
Visusvermindering
Visusvermindering (verminderd gezichtsvermogen)
Korte beschrijving: Visusvermindering duidt op een subjectief ervaren afname van de gezichtsscherpte of een beperking van het gezichtsveld.
Mogelijke verbanden: Acute veranderingen in gezichtsscherpte kunnen vele oorzaken hebben, waaronder metabole stoornissen, micro‑ of macrovasculaire oogproblemen, evenals refractieve of neurologische gebeurtenissen. Bij een patiënte met diabetes en plotselinge, kortdurende visusvermindering komen zowel voorbijgaande stoornissen (bijv. in het kader van een hypoglykemie) als diabetesgerelateerde oculaire oorzaken in aanmerking en moeten klinisch worden opgehelderd.
Paresthesieën
Paresthesieën zijn onaangename gewaarwordingen zoals tintelingen, ‘mierenlopen’ of branderig gevoel op de huid, die optreden zonder externe prikkel.
Hyperhidrose
Hyperhidrose
Korte beschrijving: Overmatig zweten, lokaal of gegeneraliseerd optredend.
Mechanisme: Zweten wordt voornamelijk door sympathische zenuwen aangestuurd; de zweetklieren reageren via cholinerge (acetylcholine‑gemedieerde) efferenties van het sympathische systeem, niet primair via adrenerge receptoren.
lichamelijke inspanning
Lichamelijke inspanning en risico op hypoglykemie
Kernpunt: Spierarbeid verhoogt het glucoseverbruik, wat de bloedsuikerspiegel kan verlagen.
Aanvullende factoren: Dit is vooral relevant wanneer er tegelijkertijd nog effectief insuline aanwezig is (bijv. na toediening), omdat de glucoseopname in de spieren dan verhoogd blijft. Ook een onvoldoende tegenregulatie door hormonen zoals glucagon of adrenaline kan het risico op symptomatische hypoglykemie verhogen.
Tremor
Tremor
Definitie: Tremor betekent een onwillekeurige, ritmische spiertrilling die zich uit als beven.
Paresen
Paresen
Termverklaring: Paresen beschrijven een gedeeltelijke of onvolledige spierzwakte respectievelijk gedeeltelijke verlamming van een spiergroep.
Plegieën
Plegieën
Bij een plegie gaat het om een volledig uitval van motorische functie in één of meerdere lichaamsregio’s, bijv. als hemiplegie of paraplegie. Typisch is het volledig ontbreken van vrijwillige bewegingen in de aangedane musculatuur.
Insomnia
Insomnia
Insomnia duidt op aanhoudende moeilijkheden met inslapen of doorslapen of een niet‑verkwikkende slaapkwaliteit. Het kan situationeel worden verergerd door belastende levensgebeurtenissen.
Obstipatie
Obstipatie
Obstipatie beschrijft een aanhoudende of terugkerende bemoeilijkte stoelgang, vaak met minder frequente en harde ontlasting en het gevoel van onvolledige lediging.
Diabetes mellitus
Diabetes mellitus
Korte beschrijving: Diabetes mellitus omvat metabole stoornissen die gekenmerkt worden door een verhoogde bloedglucosespiegel. Type‑1‑diabetes berust op auto‑immune vernietiging van insulinproducerende bètacellen met resulterend absoluut insulinetekort; type‑2‑diabetes ontstaat overwegend door insulinereesistentie gecombineerd met gestoorde insulinesecretie. Zwangerschapsdiabetes is een tijdelijke vorm van verhoogde glucosespiegels die tijdens de zwangerschap optreedt.
intertrigineuze
Intertrigineuze zones
Als intertrigineuze regio’s worden huidplaatsen aangeduid waar twee huidvlakken tegen elkaar liggen of over elkaar schuiven (bijv. oksels, liezen, onderborstplooien, huidplooien tussen de tenen). Deze gebieden neigen door verhoogde vochtigheid en mechanische belasting tot irritaties en secundaire infecties, bijvoorbeeld door gistsoorten.
Palpitaties
Palpitaties
Palpitaties zijn het subjectieve waarnemen van hartslagen, vaak als hartkloppingen, overslaan of stilstand. Vaak liggen onschuldige ritmestoornissen zoals supraventriculaire of ventriculaire extrasystolen ten grondslag; ook psychische belasting en stress kunnen dergelijke gewaarwordingen veroorzaken. Het doel van diagnostiek is het uitsluiten van gevaarlijke hartaandoeningen.
Langetermijn‑ECG’s
Langetermijn‑ECG
Een langetermijn‑ECG is een ambulante, continue registratie van het elektrocardiogram over meestal 24–72 uur, waarmee kortdurende of intermitterende ritmestoornissen kunnen worden aangetoond. Typische indicaties zijn de opheldering van palpitaties, syncope of duizeligheid en het aantonen van paroxysmale aritmieën (bijv. boezemfibrilleren).
Hypercholesterolemie
Hypercholesterolemie
Onder hypercholesterolemie verstaat men een verhoogd cholesterolgehalte in het bloed. Vooral het LDL‑cholesterol is hierbij relevant, omdat verhoogde waarden samenhangen met een hoger risico op atherosclerotische vaatziekten.
Enkelgewricht
Anatomie van het bovenste enkelgewricht
Het bovenste enkelgewricht bestaat uit drie centrale botten: het scheenbeen (tibia), het kuitbeen (fibula) en het sprongbeen (talus). De talus vormt de verbinding tussen onderbeen en voet en articuleert met tibia en fibula, die de gewichtsverdeling van bovenbeen naar voet mogelijk maken.
Phlebitis
Phlebitis – korte weergave
Definitie en symptomen: Een phlebitis is een ontsteking van een oppervlakkige ader, herkenbaar aan pijn, roodheid, lokale verhoging van temperatuur en vaak een voelbare, strengmatige verharding langs de ader.
Oorzaken: Veelvoorkomende triggers zijn lokale beschadigingen van de ader, bacteriële infecties of iatrogene ingrepen zoals perifere veneuze katheters; ook een insectenbeet kan een lokale ontstekingsreactie bevorderen.
Behandeling en complicaties: De behandeling hangt af van oorzaak en ernst en omvat doorgaans symptomatische maatregelen (rust, hoogleggen van het ledemaat, lokale antiphlogistische maatregelen, pijnbehandeling). Bij aangetoonde bacteriële infectie kan systemische antibiotische therapie nodig zijn. Mogelijke complicaties zijn uitbreiding naar diepe aders met tromboflebitis en een systemische infectie.
Schroefosteosynthese
Schroefosteosynthese – overzicht
Definitie: De schroefosteosynthese is een operatieve methode voor de behandeling van botfracturen waarbij fractuurfragmenten met één of meerdere botschroeven worden gefixeerd en in anatomische positie worden gehouden.
Indicatie en verloop: Ze wordt toegepast wanneer een stabiele interne fixatie nodig is om genezing en vroege mobilisatie te bevorderen. De schroeven kunnen fragmentcompressief worden aangebracht om botcontacten te verzekeren. In sommige gevallen worden de implantaten na voltooide botgenezing verwijderd.
Mogelijke gevolgen: Relevante complicaties zijn onder meer infectie, niet‑volledige botgenezing en op lange termijn posttraumatische arthrose, vooral bij gewrichtsbeschadiging.
Arthrose
Arthrose van het enkelgewricht – korte beschrijving
Ziektebeeld: Artrose is een degeneratief gewrichtsproces, bij het bovenste spronggewricht vaak het gevolg van voorafgaande fracturen of bandletsels; minder vaak treedt het primair op.
Kliniek: Typische kenmerken zijn belastingsafhankelijke pijn, zwelling, beperkte bewegingsvrijheid en gewrichtsstijfheid.
Therapieprincipes: Eerst worden conservatieve maatregelen nagestreefd, zoals pijnstillende behandeling, gerichte fysiotherapie, orthopedische hulpmiddelen en eventueel gewichtsreductie. In gevorderde stadia worden operatieve opties zoals gewrichtsversteviging of endoprothetiek overwogen.
Sectio caesarea
Sectio caesarea
Definitie: Operatieve bevalling waarbij het kind via een buikincisie en een opening in de baarmoeder ter wereld wordt gebracht.
Indicatie: Wordt toegepast wanneer een vaginale bevalling niet mogelijk of risicovol is (bijv. bij verloskundige complicaties of fetale risicoconstellaties).
Anesthesie en verloop: De operatie vindt vaak plaats onder regionale anesthesie (spinale of epidurale anesthesie), minder vaak onder algehele anesthesie. De ingreep omvat een transabdominaal toegang en een incisie van de uterus, gevolgd door de bevalling en wondsluiting.
Risico’s: Mogelijke complicaties zijn bloedverlies, infecties, verwondingen van naburige organen evenals langetermijngevolgen zoals verklevingen en effecten op toekomstige zwangerschappen.
Makrosomie
Makrosomie
Definitie: Aanduiding voor een duidelijk verhoogd foetaal geboortegewicht; in de klinische praktijk wordt makrosomie vaak beschreven bij een geboortegewicht van ongeveer meer dan 4000 g (soms ook meer dan 4500 g).
Oorzaken: De meest voorkomende associatie is een maternale stoornis in de glucosestofwisseling (bijv. diabetes mellitus). Andere factoren kunnen genetische predispositie, prenatale overvoeding en een groter moederlijk postuur zijn.
Klinische relevantie: Makrosomie kan het geboorteproces bemoeilijken en het risico op schouderdystocie, geboorteletsels en sectio caesarea verhogen; neonataal treden verhoogde risico’s op metabole stoornissen op.
Postmenopauze
Postmenopauze
Definitie: Levensfase die begint wanneer sinds de laatste menstruatie 12 maanden zijn verstreken en de ovariale cycli duurzaam zijn uitgevallen.
Klinische kenmerken: Typische klachten in deze fase zijn vasomotorische symptomen (bijv. opvliegers), veranderingen van de urogenitale slijmvliezen met droogheid en mogelijk dyspareunie, evenals een verhoogd risico op osteoporose en cardiovasculaire ziekten.
Verloop: De intensiteit van de symptomen varieert individueel; sommige klachten nemen in de loop van de tijd af, andere langetermijngevolgen kunnen een specifieke preventieve of therapeutische beoordeling vereisen.
Atorvastatin
Groep
Atorvastatine behoort tot de medicijngroep van statines (HMG‑CoA‑reductase‑remmers).
Werkingsmechanisme
Het remt het enzym HMG‑CoA‑reductase in de lever, waardoor de endogene cholesterolproductie daalt en met name LDL‑cholesterol verminderd wordt.
Toepassingen
Statines worden gebruikt voor de behandeling van dyslipidemieën en ter vermindering van het risico op atherothrombotische gebeurtenissen, zowel in primaire als secundaire preventie.
Belangrijke risico’s en aanwijzingen
Gerapporteerde verschijnselen omvatten spierpijn tot zeldzame rhabdomyolyse en verhogingen van leverenzymen. Interacties met andere geneesmiddelen (bijv. via CYP3A4) kunnen het bijwerkingenrisico verhogen en moeten worden gecontroleerd.
Diclofenac
Groep
Diclofenac is een niet‑steroïdaal ontstekingsremmend geneesmiddel (NSAID) dat gebruikt wordt voor symptomatische behandeling van pijn en ontsteking.
Werkingsmechanisme
Het vermindert de productie van proinflammatoire prostaglandinen door remming van de cyclo‑oxygenase‑enzymen.
Toepassingen
Diclofenac wordt gebruikt voor kortdurende verlichting van ontstekingsgerelateerde en niet‑ontstekingsgerelateerde pijn en voor de behandeling van reumatische klachten.
Belangrijke risico’s en aanwijzingen
Belangrijke risico’s omvatten gastro‑intestinale complicaties (bijv. zweren en bloedingen), cardiovasculaire bijwerkingen bij langdurig gebruik, nierfunctiestoornissen en allergische reacties. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een verhoogd bloedings‑ of cardiovasculair risico.
Clotrimazol
Clotrimazol — topisch antimyoticum
Groep: Azool‑antimyoticum voor uitwendig gebruik.
Werkzaamheid: Remt de vorming van de schimmelcelmembraan door blokkade van stappen in de ergosterolsynthese, daarmee fungistatische en bij hogere concentraties fungicide effecten tegen dermatofyten en gisten.
Toepassing: Lokaal ter behandeling van oppervlakkige schimmelinfecties van huid en slijmvliezen, bijv. voetschimmel of lokale Candida‑infecties.
Belangrijke risico’s: Meestal lokale reacties zoals huidroodheid, branderigheid of jeuk; zelden kan contacteczeem of een overgevoeligheidsreactie optreden. Systemische bijwerkingen zijn bij gebruik op de huid zeldzaam.
urtikarieller
urtikarieller — betrekking op urticaria (netelroos)
Termuitleg: “Urtikarieel” beschrijft iets dat samenhangt met urticaria, dus met vluchtige wheals (netelroos).
Klinische kenmerken: Urticaria manifesteert zich door jeukende, zachte, vaak verdwijnende wheals op de huid; het kan acuut of chronisch verlopen en soms gepaard gaan met angio‑oedeem.
Oorzaken en relevantie: Triggers zijn veelzijdig en variëren van geneesmiddelen en voedingsmiddelen tot insectenbeten, infecties of fysieke prikkels. Bij betrokkenheid van de luchtwegen of systemische symptomen is actie vereist.
Angioödem
Angioödem — diepe, lokaal begrensde weefseloedeem
Definitie: Bij angioödem treden pijnloze zwellingen op van de diepere huidlagen en slijmvliezen als gevolg van verhoogde vaatpermeabiliteit.
Typische lokalisaties: Voornamelijk lippen, tong, gezicht en slijmvliezen van de keel of strottenhoofd; met name betrokkenheid van het strottenhoofd kan tot luchtwegobstructie leiden.
Oorzaken en betekenis: Oorzaken zijn allergische (IgE‑gemedieerde) reacties, medicamenteus (bijv. bradykininegemedieerde reacties zoals door ACE‑remmers), erfelijke stoornissen van de C1‑inhibitor of infecties. Betrokkenheid van de bovenste luchtwegen is potentieel levensbedreigend.
Wespensteken
Wespensteken — medische relevantie van de steek
Klinisch beeld: Een wespensteek veroorzaakt typisch lokale pijn, roodheid en zwelling op de prikplaats. Bij gesensibiliseerde personen kunnen daarbovenop systemische allergische reacties optreden.
Allergische risico’s: Bij een IgE‑gemedieerde sensibilisatie kan een steek gegeneraliseerde huidreacties, angio‑oedeem of een anafylactische reactie veroorzaken. Ernstige systemische reacties vereisen onmiddellijke medische beoordeling.
Therapeutische/preventieve aspecten: Bij bevestigde wespenallergie komt in geschikte gevallen specifieke immunotherapie (hyposensibilisatie) in aanmerking; de evaluatie gebeurt via allergiediagnostiek.
Hyposensibilisierung
Hyposensibilisatie (specifieke immunotherapie) is een behandeling waarbij herhaaldelijk een bepaald allergeen wordt toegediend om het immuunsysteem eraan te laten wennen en allergische klachten op de lange termijn te verminderen.
Packungsjahren
Berekening van pack‑years
De pack‑years geven de cumulatieve tabakblootstelling aan. Ze worden berekend als: (aantal dagelijks gerookte sigaretten ÷ 20) × aantal jaren roken. Deze maat dient ter inschatting van het langetermijnrisico voor tabaksgerelateerde aandoeningen.
Sachbearbeiterin
Sachbearbeiterin – takenprofiel
Sachbearbeiterinnen verrichten administratieve en organisatorische werkzaamheden. Daartoe behoren dossierbeheer, behandeling van aanvragen en correspondentie, opstelling van beschikkingen en de communicatie met burgers en interne afdelingen. In een dienst zoals het woningbureau omvat de rol vaak bestuursrechtelijke beslissingen en coördinerende taken.
Zwangsstörung
Dwangstoornis (OCD)
Klinisch beeld
Bij een dwangstoornis treden terugkerende, als opdringerig ervaren gedachten of impulsen en repetitieve gedragingen of mentale handelingen op die de betrokkene uitvoert om angst of onbehagen te verminderen.
Therapeutische benaderingen
De voorkeurspsychotherapeutische behandeling is cognitieve gedragstherapie, in het bijzonder exposure met responspreventie. Ondersteunend kunnen selectieve serotonine‑heropnameremmers worden ingezet. Aansluitende dermatologische maatregelen zijn relevant bij belastende huidveranderingen zoals handeczeem.
Handeczeem
Definitie:
Een handeczeem verwijst naar ontstekingsveranderingen van de huid aan de handen, die zich kunnen uiten als roodheid, schilfering, blaarvorming, droogte en uitgesproken jeuk of branderigheid.
Oorzaken en typen:
Handeczeem kan verschillende oorzaken hebben: irritatieve contactdermatitis door herhaalde blootstelling aan water of irriterende stoffen, allergische contactdermatitis door sensibiliserende stoffen, atopisch handeczeem als manifestatie van een atopische aanleg of hyperkeratotische vormen. Beroepsmatige blootstelling en stoornissen van de huidbarrière spelen een grote rol.
Kliniek:
Afhankelijk van de oorzaak variëren de bevindingen van acute blaarvorming en natte gebieden tot chronische verdikking en kloven in de huid. De handen zijn bijzonder belast door mechanische belasting en vochtig werk.
Therapie en preventie:
Een essentieel uitgangspunt is het vermijden of minimaliseren van uitlokkende stoffen en consequent huidbescherming (beschermhandschoenen, huidverzorgingsmiddelen). Regelmatige toepassing van vetterende preparaten is centraal; bij ontstekingsflare‑ups worden lokale antinflammatoire middelen ingezet. Bij vermoeden van allergie dient gerichte diagnostiek te worden verricht.
Komlicaties:
Chronische veranderingen, secundaire infecties en aanzienlijke beperkingen van dagelijkse en beroepsactiviteiten zijn mogelijk.
Dementie
Begrip en karakteristiek:
Dementie verwijst naar een progressief syndroom met aanhoudende stoornissen in meerdere cognitieve domeinen zoals geheugen, oriëntatie, taal en executieve functies, dat de dagelijkse vaardigheden aantast.
Oorzaken:
Verschillende aandoeningen kunnen dementie veroorzaken; de ziekte van Alzheimer is een veelvoorkomende oorzaak. Andere redenen zijn vasculaire beschadigingen, Lewy-lichaamziekten en andere neurodegeneratieve processen.
Klinische gevolgen:
Typische gevolgen zijn toenemend geheugenverlies, oriëntatiestoornissen, verminderde oordeelsvorming en beperkingen in zelfstandig functioneren.
Therapieprincipes:
Een causale genezing is meestal niet mogelijk; door farmacologische en niet-medicamenteuze maatregelen kan de progressie en de symptomatologie in sommige gevallen vertraagd of verbeterd worden. Bij bepaalde dementievormen worden cholinesteraseremmers en N‑Methyl‑D‑Aspartaat-(NMDA)-modulatoren gebruikt voor symptomatische behandeling. Deze geneesmiddelen richten zich op cognitieve functies, maar hebben ook mogelijke bijwerkingen die individueel afgewogen moeten worden.
Prognose:
Verloop en prognose hangen af van de onderliggende oorzaak, comorbiditeiten en therapeutische zorg.
Heupgewricht
Anatomie van het heupgewricht:
Het heupgewricht is een diepgelegen kogelgewricht dat bestaat uit de gewrichtskom van het bekken (acetabulum) en de kop van het dijbeen (caput femoris).
Betrokken structuren:
Tot de gewrichtsstructuur behoren de beenderige rand van de kom, het gewrichtskapsel evenals sterke stabiliserende banden en de omgevende musculatuur, die bewegingen zoals flexie, extensie, abductie en adductie evenals rotatie mogelijk maken.
Klinische relevantie:
Bij vallen op oudere leeftijd kunnen fracturen of luxaties van het heupgewricht optreden; daarnaast zijn degeneratieve veranderingen en inflammatoire processen mogelijke oorzaken van heupklachten en bewegingsbeperkingen. Anatomische kennis is belangrijk voor diagnostiek en chirurgische of conservatieve beoordeling.
Pancreaskanker
Definitie:
Pancreaskanker verwijst naar een kwaadaardige tumor van de alvleesklier, meestal van het exocriene pancreas, doorgaans in de vorm van een ductaal adenocarcinoom.
Risicofactoren:
Roken, chronische ontsteking van de alvleesklier, metabole aandoeningen zoals diabetes mellitus, obesitas en familiale predisposities verhogen het risico.
Klinische presentatie:
De symptomen variëren volgens de locatie van de tumor; tumoren in de kop van de alvleesklier kunnen vroeg leiden tot obstructie van de galwegen met geelzucht, andere locaties veroorzaken niet-specifieke buikpijn, gewichtsverlies of nieuw ontstane diabetes.
Diagnose en therapie:
De diagnostische uitwerking omvat beeldvorming en weefselafname. De enige mogelijkheid voor een potentieel curatieve behandeling is de chirurgische verwijdering van de tumor; veel aandoeningen worden echter pas in gevorderde stadia ontdekt.
Prognose:
De aandoening heeft over het algemeen een ongunstige prognose; de langetermijnoverlevingskansen zijn in vergelijking met veel andere solide tumoren gering.
Apoplex
Apoplex (beroerte)
Korte beschrijving: Een apoplex is een plotseling optredend neurologisch voorval dat ontstaat door een acute verstoring van de cerebrale bloedvoorziening.
Oorzaken: De circulatiestoornis kan veroorzaakt worden door een vaatocclusie (ischemisch) of door een bloeding in het hersenweefsel (hemorragisch).
Klinische tekenen: Typisch zijn nieuw ontstane neurologische uitvalsverschijnselen zoals unilaterale zwakte of verlamming, spraakstoornissen, hemianopsie of bewustzijnsveranderingen.
Urgentie: Een apoplex vereist onmiddellijk medische beoordeling en behandeling, omdat snelle interventies de prognose kunnen beïnvloeden.
transitorisch ischemische aanval
Transitorische ischemische aanval (TIA)
Definitie: Een TIA is een voorbijgaande neurologische stoornis veroorzaakt door een kortdurende verminderde bloedtoevoer naar de hersenen.
Klinische kenmerken: Deze uit zich door kortdurende uitvalverschijnselen zoals zwakte, spraakstoornissen of gezichtsstoornissen, die reversibel zijn.
Duur: De symptomen trekken doorgaans volledig weg; volgens de klassieke definitie treden ze binnen 24 uur op, maar vaak al binnen enkele minuten.
Betekenis: Een TIA is een waarschuwingsgebeurtenis voor een verhoogd risico op een beroerte en vereist diagnostisch en therapeutisch onderzoek.
Bloeddruk
Bloeddruk (meting)
Apparaat en onderdelen: Voor bloeddrukmeting wordt een opblaasbare manchet gebruikt; bij handmatige meting worden een pompbalg en manometer evenals een stethoscoop toegepast.
Betekenis: De bloeddruk behoort tot de vitale parameters en wordt routinematig bij het eerste onderzoek vastgesteld om cardiovasculaire belasting of acute afwijkingen te herkennen.
Toepassingsadvies: De correcte positie van de manchet en gestandaardiseerde meetomstandigheden zijn belangrijk voor betrouwbare meetwaarden.
Ademfrequentie
Ademfrequentie
De ademfrequentie is het aantal ademhalingen per minuut en behoort tot de vitale parameters die bij aanvang van het onderzoek worden opgenomen. Bij de volwassene ligt de normale frequentie doorgaans tussen ongeveer 12 en 20 ademhalingen per minuut. Waarden boven 20 ademhalingen per minuut duiden op tachypnoe, waarden onder 12 op bradypnoe.
Zuurstofsaturatie
Zuurstofsaturatie (SpO2)
De zuurstofsaturatie wordt niet-invasief gemeten met een pulsoximeter, meestal aan de vinger, het nagelbed of de oorlel. Het apparaat geeft een percentage dat het aandeel van het geoxygeniseerde hemoglobine in het arteriële bloed weergeeft en als onderdeel van de vitale parameters gedocumenteerd moet worden.
Temperatuur
Lichaamstemperatuur
De lichaamstemperatuur kan op verschillende meetplaatsen worden bepaald, bijvoorbeeld rectaal, oraal of axillair. Bij het onderzoek moet de gekozen meetmethode worden genoteerd, omdat de meetplaatsen in hun nauwkeurigheid en vergelijkbaarheid variëren.
perifere perfusie
Perifere doorbloeding
De perifere doorbloeding wordt beoordeeld door inspectie van de huid (kleur, temperatuur, oedemen, trophische veranderingen, ulcera) en door palpatie van perifere polsfuncties. Belangrijke voelbare polsen in onderbeen en voet zijn de arteria tibialis posterior, voelbaar achter de mediale malleolus, en de arteria dorsalis pedis, op de voetrug lateraal van de pees van de grote teenstrekkende spier. Aangegeven lokalisatie en kenmerken van ulcera zijn van belang voor de beoordeling.
Voetonderzoek
Diabetisch voetonderzoek
Doel: Vroegtijdige opsporing van complicaties van diabetes aan de voet, met name neuropathie, doorbloedingsstoornissen, drukplaatsen en ulcera.
Onderdelen: Systematische inspectie van de huid, nageltoestand, aanwezige ulcera, lokale infectieverschijnselen, standafwijkingen en drukpunten. Palpatie van voetpolsen om de arteriële doorbloeding in te schatten. Sensibiliteitstesten om een sensomotorische neuropathie te detecteren, bijv. met een 10‑g‑monofilament, een stemvork voor vibratiegevoel of temperatuurgebaseerde tests.
Het doel van het onderzoek is risico’s op wonden en amputaties vroeg te herkennen en passende preventieve of therapeutische maatregelen in te zetten.
Fundoscopie
Fundoscopie (oftalmoscopie)
Doel: Directe beoordeling van de oogachtergrond inclusief netvlies, papil en retinale vaten.
Bevindingen bij diabetes mellitus: Typische veranderingen zijn microaneurysmata, retinale bloedingen, cotton‑wool‑vlekken en eventueel neovascularisaties, die kunnen wijzen op diabetische retinopathie.
Bevindingen bij arteriële hypertensie: Mogelijke tekenen zijn gegeneraliseerde of lokale vasoconstrictie, arterioveneuze kruisingsteken, retinale bloedingen, harde exsudaten en in ernstige gevallen papiloedeem.
Bloedbeeld
Klein bloedbeeld
Doel: Basislaboratorium voor het uitzoeken van hematologische veranderingen.
Inhoud en nut: Het klein bloedbeeld omvat gewoonlijk hemoglobine en hematocriet evenals parameters voor erytrocyten, leukocyten en trombocyten. Het dient met name om een anemie uit te sluiten en een eerste inschatting te maken van infecties of stoornissen van componenten van de bloedstolling.
HbA1c
HbA1c
Betekenis: De HbA1c-waarde geeft informatie over de gemiddelde glucoseregeling over meerdere weken tot maanden.
Toepassing: HbA1c-waarden worden gebruikt voor diagnose en follow-up bij diabetes mellitus, omdat ze de gemiddelde glykemische belasting over de afgelopen periode weerspiegelen.
Bloedgasanalyse
Bloedgasanalyse — parameters en klinische betekenis
Onderzoekscomponenten: pH, pO₂, pCO₂, HCO₃⁻, base excess (BE) en O₂‑saturatie.
Betekenis van de afzonderlijke waarden:
– pH: Geeft de huidige zuur‑base‑toestand van het bloed aan; helpt bij het identificeren van acidose of alkalose.
– pO₂: Meet de zuurstofpartiële druk en levert informatie over de pulmonale oxygenatieprestaties.
– pCO₂: Reflecteert de ventilatoire component; veranderingen wijzen op hypo‑ of hyperventilatie.
– HCO₃⁻: Vertegenwoordigt de metabole component van de zuur‑base‑regulatie.
– Base excess (BE): Kwantificeert de niet‑respiratoire afwijking van de normwaarde en ondersteunt de inschatting van metabolische stoornissen.
– O₂‑saturatie: Geeft het aandeel van met zuurstof verzadigd hemoglobine aan en vult de informatie over oxygenatie aan.
Klinische toepassing: De bloedgasanalyse dient ter beoordeling van oxygenatie, ventilatie en stoornissen van de zuur‑base‑huishouding; doorgaans wordt deze uit arterieel bloed verkregen en aangevraagd bij respiratoire of metabole problemen.
Patiënt/eAanhef: Mijnheer/Mevrouw beoogd senior-arts ……….., Hierbij wil ik u patiënte Erika Baumann voorstellen. |
Datum19/08/2025 |
| Leeftijd 61 jaar | Gewicht 73 kg | Lengte 178 cm |
Allergieën (trefwoorden)
Amoxicilline → urticariële reactie
Schaaldieren → angio-oedeem in het gezicht
Wespengifsteken → anafylaxie (opname + hyposensibilisatie)
Genotmiddelen / drugs (trefwoorden)
Ex‑rokster (ca. 17,5 pakjaren, sinds 4 jaar niet‑roker)
Alcohol: ca. 1 glas bier/week
Drugsmisbruik: ontkennend
Sociale anamnese (trefwoorden)
Weduwe sinds 1 jaar
Beroep: administratief medewerker bij het woningbureau
Drie kinderen (22‑jarige dochter met dwangstoornis, twee zonen van 19 en 15 jaar)
Familieanamnese (trefwoorden)
Moeder: 79 jaar, dementie, verzorgingstehuis, momenteel opgenomen na heupletsel
Vader: overleden op 65‑jarige leeftijd aan alvleesklierkanker
Medicatie (trefwoorden)
Metformine 500 mg 1-0-1
ASS 81 mg 1-0-0
Atorvastatine 20 mg ’s avonds
Diclofenac 25 mg bij behoefte
Insuline glargine (Toujeo®) 20 IE ’s avonds
Clotrimazol‑zalf topisch
Anamnese (volledige zinnen)
De patiënte presenteerde zich ongeveer een uur geleden met plotseling optredende duizeligheid, asthenie, verminderd gezichtsvermogen, palpitaties, paresthesieën van de extremiteiten, onrust, hyperhidrose, bleke lippen en verwardheid.
Ze rapporteerde daarbij hevige trek en een verminderd geheugen voor de gebeurtenis.
Ze gaf aan dat de klachten na lichamelijke inspanning (fietstocht) waren ontstaan en dat ze in de ambulance na orale glucosetoediening duidelijk waren verbeterd.
Geen aanwijzingen voor braken, schedel-hersenletsel, tremor, paresen, plegieën, bewustzijnsverlies of convulsies.
Gisteravond bracht de patiënte 20 IE Insuline glargin toe, laatste maaltijd eveneens ’s avonds.
De vegetatieve anamnese is onopvallend behalve stressgerelateerde insomnia, Low‑Carb‑dieet met gewichtsverlies (4–5 kg in 2 maanden) en chronische obstipatie.
Voorgeschiedenis:
DM type 2 sinds 3,25 jaar (initieel Metformin, momenteel Metformin + Insuline)
Hypercholesterolemie
Arthrose OSG rechts
Mycosen (candidose, tinea pedis)
incidentele palpitaties (onopvallend LZ‑EKG)
Phlebitis na insectenbeet 2 jaar geleden (amoxicilline‑allergie).
Eerdere operaties:
Schroefosteosynthese OSG rechts 25 jaar geleden, later arthrose.
Gynaecologie:
3 bevallingen (2x spontaan, 1x sectio wegens macrosomie), sinds 7 jaar postmenopauze met opvliegers.
Vermoedelijke diagnose – differentiaaldiagnose (volzinnen)
De symptomatiek wijst anamnestic en klinisch het meest op een hypoglykemie, uitgelokt door nuchterheid, lichamelijke inspanning en insulineapplicatie. Hiervoor pleiten de sympathoadrenale (hyperhidrose, palpitaties, bleekheid) en neuroglycopene symptomen (duizeligheid, verwardheid, parestesieën) en de verbetering na glucosetoediening.
Differentiaaldiagnoses
cardiale oorzaken (bijv. ritmestoornis, ACS) – momenteel onwaarschijnlijk
neurologische oorzaken zoals TIA of apoplex – minder waarschijnlijk
psychiatrische of toxicologische oorzaken – anamnestic niet vastgesteld.
Vervolgbeleid – Therapie (volzinnen)
Ziekenhuisbewaking van de bloedsuiker en zo nodig orale of intraveneuze behandeling
Lichamelijk onderzoek
ECG en zo nodig aanvullende cardiologische diagnostiek ter uitsluiting van cardiale oorzaken
Aanpassing van de insulinetherapie, voorlichting ter voorkoming van herhaalde hypoglykemieën/diabetesvoorlichting
Handtekening
Voornaam Achternaam
Met vriendelijke groet
To run an AI simulation, download the PDF with the prompt, then upload it to an AI application such as ChatGPT.
Page 1 · 1–20 / 78
ARTS: Goedendag,
Mijn naam is dokter Storch.
Ik ben vandaag als assistent-arts op de afdeling werkzaam.
Ik zou graag een anamnesegesprek met u voeren.
Als u iets niet goed heeft begrepen of vragen heeft, laat het me dan alstublieft weten.
Eerst heb ik wat persoonlijke gegevens nodig, daarna kunnen we verdergaan.
Hoe heet u?
PATIËNTE: Erika Baumann
ARTS: Kunt u alstublieft uw voornaam en achternaam langzaam spellen?
PATIËNTE: Natuurlijk
Mijn voornaam: E, R, I, K, A
En mijn achternaam: B, A, U, M, A, N, N
ARTS: Allereerst wil ik graag weten of u de pijn of klachten als draaglijk ervaart, mevrouw Baumann?
PATIËNTE: In de ambulance kreeg ik druivensuiker.
Daarom voel ik me nu beter.
ARTS: Hoe oud bent u, mevrouw Baumann?
PATIËNTE: Ik ben eenenzestig jaar oud.
ARTS: Wanneer bent u precies geboren?
PATIËNTE: Ik had gisteren verjaardag.
ARTS: Oh – dan alsnog van harte gefeliciteerd!
Dus, u bent geboren op zeventien november 1965?
PATIËNTE: Dank u wel, precies, dokter.
ARTS: Hoe lang bent u?
PATIËNTE: Ik ben honderdachtenzeventig centimeter.
ARTS: Hoeveel weegt u?
PATIËNTE: Ik weeg ongeveer drieënzeventig kilo.
ARTS: Hoe heet uw huisarts?
PATIËNTE: Mijn huisarts heet dokter Karla Scholz.
ARTS: Wat brengt u vandaag bij ons?
PATIËNTE: Weet u, dokter, gisteren had ik verjaardag.
Ik heb drie glazen rode wijn gedronken en ben redelijk laat gaan slapen.
Als cadeau had ik van mijn zoon een fietstocht gekregen – ik fiets namelijk regelmatig, vooral in het weekend.
Eigenlijk ging de wekker vanmorgen, maar ik heb me verslapen. Toen moest ik meteen naar de ontmoetingsplek rijden. Om negen uur begon de tocht.
Na ongeveer een uur ontstonden de klachten voor het eerst, die werden na een glas cola eerst wat beter.
We zijn toen doorgefietst. Maar na twee uur voelde ik me echt draaierig en krachteloos. Daarom hebben mijn vrienden de ambulancedienst gebeld.
Daar kreeg ik druivensuiker, en daarna ging het me duidelijk beter.
ARTS: Is uw bloedsuikerspiegel in de ambulance gemeten?
Weet u nog hoe hoog die was?
PATIËNTE: Ja, de ambulanciers hebben meteen mijn bloedsuiker gemeten.
Aan de exacte waarde kan ik me niet herinneren, maar die was blijkbaar redelijk laag.
ARTS: Goed, dan meet ik nu nogmaals uw bloedsuiker.
Hoeveel druivensuiker heeft u ingenomen?
PATIËNTE: In de ambulance kreeg ik drie stukjes.
ARTS: Lijdt u aan hartziekten of ritmestoornissen?
PATIËNTE: Ongeveer een jaar geleden had ik soms hartkloppingen.
Daarom ben ik naar een hartspecialist geweest.
Er is een langdurig ECG gemaakt, maar daar kwam niets afwijkends uit.
ARTS: Heeft u de laatste tijd weer hartkloppingen gehad?
PATIËNTE: Alleen als ik sneller fiets, anders eigenlijk niet.
ARTS: Heeft u (gehad) pijn op de borst, een beklemmend gevoel of kortademigheid?
PATIËNTE: Nee, zoiets heb ik tot nu toe niet gehad.
ARTS: Heeft u spierzwakte, verlammingen in één van uw ledematen of iets opvallends aan het gezicht opgemerkt?
PATIËNTE: Nee, dat is mij tot nu toe niet opgevallen.
ARTS: Welke symptomen had u daarbij?
PATIËNTE: Ongeveer een half uur na het begin van de tocht voelde ik me niet goed, ik was misselijk, maar ik ben toch doorgefietst.
Toen moest ik pauzeren en een vriend bracht me een glas cola.
Daarna voelde ik me even beter.
Ongeveer twee uur later werd mij draaierig, ik zag wazig, had hartoverslagen en een vreemd gevoel in armen en benen – alsof er mieren liepen.
Bovendien was mijn evenwicht verstoord, ik kon niet meer recht lopen.
ARTS: Heeft u zich daarbij misschien verwond?
PATIËNTE: Nee, ik heb mezelf niets aangedaan.
ARTS: Had u ook honger?
Wanneer heeft u voor het laatst iets gegeten?
PATIËNTE: Ja, ik had echt enorme trek.
Vanmorgen had ik haast, daarom heb ik niet ontbeten – ik heb alleen een glas zwarte koffie gedronken.
Het laatst echt gegeten heb ik gisteravond.
ARTS: Heeft u daarnaast onrust, meer zweten of beven opgemerkt?
PATIËNTE: Ja, ik was behoorlijk onrustig en heb veel gezweet, beven had ik echter niet.
Page 2 · 21–40 / 78
ARTS: Is u verteld dat u bleker dan gewoonlijk leek?
PATIËNTE: Ja, een vriend van mij zei dat mijn lippen helemaal wit werden.
ARTS: Heeft u het bewustzijn verloren?
PATIËNTE: Nee
ARTS: Heeft u schokken gehad?
PATIËNTE: Nee
ARTS: Waren er hoofdpijn of concentratieproblemen?
PATIËNTE: Ja, ik kon vragen niet meer goed begrijpen en beantwoorden.
Aan veel uit de tijd na het begin van de klachten kan ik me niet meer precies herinneren, totdat ik de druivensuiker kreeg.
ARTS: Mag ik u vragen of u gisteren iets bijzonders heeft gebruikt?
Ik bedoel bijvoorbeeld drugs of tabletten.
PATIËNTE: Ja, natuurlijk mag u vragen.
Maar nee – ik heb niets genomen.
ARTS: Heeft u overgegeven?
PATIËNTE: Nee, ik hoefde niet over te geven.
ARTS: Lijdt u aan een bloedsuikerziekte?
Sinds wanneer precies?
PATIËNTE: Ja, sinds ongeveer drie en een kwart jaar.
ARTS: Hoe is de diagnose gesteld?
PATIËNTE: Eerder had ik eens een schimmelinfectie onder de rechterborst en een andere keer tussen de vierde en vijfde teen van links.
Daarna heeft mijn huisarts enkele onderzoeken gedaan, en zo werd de diagnose bevestigd.
ARTS: Meet u uw bloedsuiker thuis?
Hoe vaak?
PATIËNTE: Niet altijd, waarschijnlijk zo twee keer per week.
ARTS: Dat is wat weinig.
Zodat we uw waarden beter kunnen beoordelen, zou het belangrijk zijn dat u regelmatiger meet – bij voorkeur dagelijks op vaste tijden, bijvoorbeeld ’s ochtends nuchter en af en toe ook na het eten.
Als alternatief kunnen we ook over een bloedsuikersensor praten, zodat u de waarden makkelijker in de gaten kunt houden.
Welke behandelingen heeft u tot nu toe gekregen?
PATIËNTE: In het begin heeft mijn arts mij Metformin voorgeschreven.
Maar na ongeveer een jaar zei zij dat de langetermijnsuikerwaarden niet bevredigend waren.
Daarom heb ik daarna insuline gekregen.
ARTS: Wanneer heeft u voor het laatst insuline gespoten?
PATIËNTE: Gisteravond om 21.00 uur.
ARTS: Hoe heet het insuline en hoeveel heeft u gespoten?
PATIËNTE: Insulin Toujeo, 20 eenheden.
ARTS: Let op: bij insuline kan er een hypo ontstaan – vooral als u te veel spuit, niets eet of zich zwaar lichamelijk inspant.
Als u symptomen zoals duizeligheid, hartkloppingen, zweten, angst of bevingen merkt, meet dan onmiddellijk uw bloedsuiker en neem druivensuiker of iets zoets, bijvoorbeeld een glas sap.
Draag alstublieft altijd druivensuiker of iets zoets bij u.
Verder kunt u in veel instellingen, bijvoorbeeld in ziekenhuizen of diabetescentra, een voorlichting over diabetes volgen.
Daar krijgt u waardevolle informatie en tips voor het dagelijks leven.
Waar spuit u uw insuline precies? Heeft u bij de injectieplaatsen huidveranderingen opgemerkt, bijvoorbeeld roodheid, knobbels, verdikkingen of verhardingen?
PATIËNTE: Ik spuit meestal in de buik en af en toe in de dij.
Huidveranderingen heb ik tot nu toe niet opgemerkt – geen roodheid of knobbels.
ARTS: Heeft u vandaag Metformin ingenomen?
PATIËNTE: Nee
ARTS: Waarom schommelden uw waarden volgens u?
PATIËNTE: Eerlijk gezegd heb ik me niet altijd aan het voedingsplan gehouden.
Daarnaast was ik in stressperiodes onregelmatig met de tabletten.
ARTS: Dat verklaart de schommelingen.
Belangrijk is dat u voeding en medicatie regelmatiger inneemt.
U zou zich bijvoorbeeld een pillenschema in uw telefoon kunnen zetten.
PATIËNTE: Hartelijk dank voor de nuttige tips, meneer dokter.
ARTS: Hoe vaak neemt u Metformin, en in welke dosering?
PATIËNTE: Ik neem 500 , twee keer per dag.
ARTS: Heeft u de laatste tijd vaker dorst, honger of meer plassen gehad?
PATIËNTE: Nee, dat is mij niet opgevallen.
ARTS: Heeft u tot nu toe problemen met uw ogen of uw nieren gehad?
PATIËNTE: Nee, voor zover ik weet niet.
ARTS: Wanneer heeft u voor het laatst een oogarts bezocht?
PATIËNTE: Tot nu toe nog nooit.
Moet ik dat doen?
ARTS: Ja, zeker. Regelmatige oogonderzoeken zijn heel belangrijk, omdat men daarmee vroegtijdig veranderingen aan het netvlies kan herkennen en behandelen voordat er blijvende schade ontstaat.
Heeft u soms een prikkelend gevoel, alsof mieren over de huid lopen – vooral aan de voeten?
PATIËNTE: Nee, zoiets heb ik tot nu toe nog nooit gehad.
Page 3 · 41–60 / 78
ARTS: Is u een wond of een standafwijking aan de voeten opgevallen?
PATIËNTE: Nee, mijn voeten zijn eigenlijk onopvallend, daar heb ik niets gemerkt.
ARTS: Heeft u veranderingen aan de nagels of haaruitval aan de voeten vastgesteld?
PATIËNTE: Nee, ook daar is mij niets opgevallen.
ARTS: Heeft u de laatste tijd gemerkt dat uw huid of slijmvliezen bleker zijn dan normaal?
PATIËNTE: Nee, ik heb de laatste tijd geen veranderingen gemerkt.
ARTS: Heeft u koorts, nachtelijk zweten of rillingen?
PATIËNTE: Niets.
ARTS: Hoe eet u?
PATIËNTE: Ik heb de afgelopen twee maanden een low-carb-dieet gevolgd.
Dat betekent dat ik grotendeels heb afgezien van pasta, brood en zoetigheden en meer groenten, vis en mager vlees heb gegeten.
Maar weet u, meneer dokter, soms kan ik me bij snoepjes gewoon niet beheersen
ARTS: Dat is volkomen begrijpelijk, mevrouw Baumann.
U doet het echt goed.
Niemand kan altijd perfect onthouden om iets niet te doen.
Belangrijk is alleen dat u in het algemeen op uw voeding let en snoep in kleine hoeveelheden geniet.
Is uw gewicht de laatste tijd veranderd?
Hoeveel en in welke periode?
PATIËNTE: Ja, ik ben de afgelopen twee maanden ongeveer vier tot vijf kilo afgevallen.
ARTS: Prima, hoe is uw slaap?
Patiënte: Mijn man is een jaar geleden aan darmkanker overleden.
Sindsdien heb ik vaak problemen met in slaap vallen – soms duurt het twee uur voordat ik eindelijk kan slapen.
Arts: Gecondoleerd. Wat doet u daartegen?
Patiënte: Ik neem valeriaan-dragees, en daarnaast fiets ik regelmatig, dat helpt me iets.
Arts: Bewegen is een zeer verstandige keuze.
Beweging helpt niet alleen bij het slapen, maar heeft ook een positieve invloed op de bloedsuiker, de circulatie en het algemene welzijn.
Heeft u veranderingen in uw stoelgang opgemerkt?
Patiënte: Ik heb al geruime tijd last van obstipatie.
In de afgelopen maanden is het echter beter geworden – vooral door meer beweging en mijn voeding.
Arts: Hoe werden de schimmelinfecties destijds behandeld?
Patiënte: Met Canesten-zalf.
Ik moest de aangedane plaatsen twee- tot drie keer per dag insmeren.
Arts: Wanneer was dat?
Patiënte: Onder de borst ongeveer vier jaar geleden en tussen de tenen ongeveer drieënhalf jaar geleden.
Arts: Heeft u verder nog andere chronische aandoeningen?
Patiënte: Twee jaar geleden in de zomer was ik op vakantie in Spanje. Daar werd ik door een insect gestoken, en een ader aan mijn rechter onderbeen raakte ontstoken – die werd dik, rood en pijnlijk. Toen kreeg ik Amoxicilline voorgeschreven.
Na het innemen kreeg ik een jeukende uitslag over mijn hele lichaam.
Daarom werd het middel onmiddellijk gestaakt, en daarna heb ik azithromycine gekregen.
Arts: Is er nog iets dat u wilt vermelden?
Patiënte: Ja. Ongeveer 25 jaar geleden had ik een klimongeval van ongeveer drie meter hoogte.
Daarbij heb ik mijn rechter enkel gebroken.
Dat is toen geopereerd en met schroeven vastgezet.
Enkele jaren later had ik daar weer pijn, en men zei me dat het gewricht inmiddels versleten was.
Arts: Wanneer zijn de schroeven verwijderd?
Patiënte: Ongeveer een jaar na de operatie.
Arts: Welke behandelingen heeft u tot nu toe gehad tegen het gewrichtsslijtage?
Patiënte: Indien nodig heb ik Voltaren Dolo 25 ingenomen, ongeveer drie tot vier dagen per maand.
Verder eigenlijk geen andere behandelingen.
Arts: Gebruikt u daarnaast ook maagbeschermende medicijnen zoals famotidine of pantoprazol?
Patiënte: Nee
Arts: Omdat pijnstillers zoals Voltaren de maag kunnen irriteren, zou het zinvol zijn bij vaker gebruik ook een maagbescherming te nemen.
Heeft u vroeger al zwangerschappen gehad?
Patiënte: Ja, drie keer. De eerste twee kinderen heb ik op natuurlijke wijze gekregen, en de laatste is per keizersnede gehaald.
Arts: Waarom is er een keizersnede uitgevoerd?
Het kind was iets groter en zwaarder dan normaal, daarom heeft men voor een keizersnede gekozen.
Arts: Had u problemen tijdens uw zwangerschap?
Patiënte: Nee, eigenlijk niets bijzonders.
Alles is probleemloos verlopen en de kinderen werden elk op tijd geboren.
Arts: Bent u in de overgang? Sinds wanneer?
Patiënte: Nou, sinds 7 jaar.
Page 4 · 61–78 / 78
Arts: Heeft u opvliegers, nachtelijk zweten of stemmingswisselingen?
Patiënte: Soms opvliegers, maar ze zijn niet te lastig.
Arts: Wanneer heeft u voor het laatst een gynaecoloog bezocht?
Patiënte: Ik ben laatst twee jaar geleden bij een gynaecoloog geweest, waarbij geen afwijkende bevinding werd vastgesteld.
Arts: Gebruikt u nog andere medicijnen?
Patiënte: Ja, ik neem dagelijks Aspirine 81 milligram en ‘s avonds atorvastatine 20 milligram.
Arts: Heeft u een recept voor uw medicijnen?
Patiënte: Ja, dat heb ik.
Arts: Bent u volledig gevaccineerd, dat wil zeggen heeft u alle vaccinaties sinds uw jeugd gekregen?
Patiënte: Ik heb drie prikken tegen Covid gekregen.
Andere vaccinaties zijn al heel lang geleden.
Maar u kunt gerust mijn huisarts daarnaar vragen.
Arts: Prima.
Heeft u bekende allergieën, bijvoorbeeld tegen voedingsmiddelen, medicijnen, dieren of andere stoffen – behalve Amoxicilline?
Patiënte: Ja, vroeger had ik een sterke reactie na een wespensteek.
Ik moest toen zelfs naar de intensive care.
Daarna heb ik een behandeling gekregen waarbij het lichaam langzaam aan de steken werd gewend.
Bovendien ben ik allergisch voor schaaldieren zoals garnalen of krabben.
Als ik zoiets eet, zwelt mijn gezicht sterk op.
ARTS: Rookt u?
PATIËNTE: Op dit moment niet.
Nadat bij mij suikerziekte was vastgesteld, heeft mijn huisarts me dringend aangeraden te stoppen.
En het is me inderdaad gelukt.
ARTS: Geweldig!
Hoeveel sigaretten rookte u vroeger per dag en hoe lang?
PATIËNTE: Sinds mijn negentiende rookte ik ongeveer een halve pak per dag.
Tijdens mijn zwangerschappen heb ik echter nauwelijks gerookt.
ARTS: Heeft u hoest of bent u soms hees?
PATIËNTE: Nee, dat heb ik niet.
ARTS: Drinkt u alcohol?
Welke soort?
Hoeveel?
PATIËNTE: Een glas bier per week.
ARTS: Mag ik u vragen of u ooit drugs heeft gebruikt?
PATIËNTE: Nee, nog nooit.
ARTS: Wat is uw beroep?
PATIËNTE: Ik werk als administratief medewerker bij het woningbureau.
ARTS: Hoe oud zijn uw kinderen?
PATIËNTE: Mijn dochter is 22 jaar, mijn oudere zoon is 19 en de jongere 15.
ARTS: Zijn uw kinderen gezond?
PATIËNTE: Mijn dochter had een dwangstoornis.
Ze moest meerdere keren haar handen met zeep wassen, soms zelfs drie keer achter elkaar.
Inmiddels heeft ze daardoor ook eczeem aan haar handen gekregen.
Ze gebruikt momenteel een medicijn tegen de dwangstoornis, dat heet Sertralin.
Wegens het eczeem gebruikt ze een speciale crème en soms ook een zalf van de huidarts.
ARTS: Met wie woont u samen?
PATIËNTE: Ik woon samen met mijn twee zonen.
ARTS: Komt er in uw familie belangrijke ziekten voor, bijvoorbeeld bij uw ouders, broers en zussen of andere nauwe verwanten?
PATIËNTE: Mijn moeder is 79 jaar, zij lijdt aan dementie en woont in een verzorgingstehuis. Sinds twee dagen ligt ze in het ziekenhuis omdat ze zich bij een val van de trap aan het rechter heupgewricht heeft verwond.
Mijn vader is op 65-jarige leeftijd 15 jaar geleden overleden aan alvleesklierkanker.
ARTS: Heeft u huisdieren?
PATIËNTE: Ik heb geen huisdieren.
ARTS: We zijn klaar met de anamnese.
Heeft u nog vragen?
PATIËNTE: Ja, mijn broer heeft overgewicht.
Zou hij baat kunnen hebben bij Ozempic?
ARTS: Allereerst zou men moeten nagaan of hij een geschikte kandidaat is voor een medicamenteuze behandeling.
Houd er echter rekening mee: op de lange termijn zijn vooral een gezonde voeding en regelmatige lichaamsbeweging doorslaggevend.
Medicijnen zoals Ozempic kunnen wel ondersteunend werken, maar zijn geen vervanging voor een levensstijlaanpassing.
Om tot een diagnose te komen, zouden we aansluitend een lichamelijk onderzoek moeten verrichten.
